25-06-10

Leven met MEERVOUDIGE CHEMISCHE SENSITIVITEIT

 

 ‘Deze ziekte leerde mij hoe waardevol het leven is’

 


‘Wil je geen parfum of haarlak gebruiken wanneer je mij komt interviewen?’ Jean-Paul (55) had een goede reden om dit te vragen: hij lijdt immers aan Meervoudige Chemische Sensitiviteit (MCS). De man wordt ziek van chemische stoffen en geuren. ‘De enige remedie tegen deze milieuziekte is het vermijden van bepaalde stoffen. Daardoor leef ik noodgedwongen in isolement.’

 

 

‘Eigenlijk heb ik al sinds mijn twintigste  gezondheidsproblemen maar er werd geen duidelijke link gelegd tussen mijn klachten en de ongezonde omgeving waarin ik werkte. Ik zat als fabriekslasser hele dagen in een lawaaierige omgeving waar veel chemische stoffen werden gebruikt. In die periode kreeg ik last van oorsuizingen (tinnitus). In het begin ging dat tijdens de weekends nog weg maar na verloop van tijd had ik blijvende gehoorschade. Ik kreeg toen ook erg vaak een bloedneus en problemen met mijn sinussen. In  1981 kwam het tot een operatie waarbij de sinussen werden verwijderd en mijn neuskanaal verbreed, zodat ik beter kon ademen. Een tijdlang ging het redelijk goed. Maar rond mijn dertigste kreeg ik zware ademhalingsproblemen en had ik voortdurend neus-, keel- en oorontstekingen. Ik liep van de ene dokter naar de andere en werd verscheidene keren in het ziekenhuis opgenomen. Maar de oorzaak van mijn problemen werd niet gevonden. Ik had wel gemerkt dat mijn klachten erger werden als ik met stof in aanraking kwam. In 1984 oordeelde een arts al dat ik een hyperactiviteit van de bovenste luchtwegen had en dat ik beter kon werken in een ‘stofvrije’ omgeving. In die periode begon ik ook allergisch te reageren op sigarettenrook. Maar mijn toenmalige werkgevers en collega’s toonden daar bitter weinig begrip voor. Tot twee keer toe ben ik mijn job verloren omdat ik niet meer wilde werken in een omgeving waar zoveel gerookt werd…’

 

‘Na 20 minuten in de fabriek kon ik amper nog ademhalen’

 

‘Ik was halfweg de dertig toen ik als heftruckchauffeur ging werken in een fabriek waar gipsplaten werden gemaakt. Daar zijn de problemen pas goed begonnen! Na 15-20 minuten in de fabriek zwollen de bloedvaten in mijn neusholte helemaal op en kon ik amper nog ademhalen. Ik kreeg vaak een niet te stelpen bloedneus. Een specialist kwam tot de conclusie dat mijn luchtwegen overgevoelig reageerden op bepaalde toxische stoffen die op mijn werk gebruikt werden. Maar mijn werkgever weigerde mij om medische redenen te ontslaan. De controlearts oordeelde dat ik een komediant was en stuurde mij keer op keer terug aan het werk. Met als gevolg dat ik steeds zieker werd….’

‘Ik was ondertussen getrouwd en had jonge kinderen. Wij hadden een huis af te betalen en ik wilde niets liever dan geld binnenbrengen voor mijn gezin. Maar fysiek was ik daartoe niet meer in staat. Vooral het feit dat er nooit een echte diagnose werd gesteld, was bijzonder frustrerend. Ik heb in die periode zowat alle grote klinieken afgelopen in de hoop dat men een oplossing zou vinden. Maar meestal werden enkel de symptomen behandeld, zonder dat de echte oorzaak werd aangepakt. Een aanvraag om mijn ziekte te laten erkennen als beroepsziekte werd afgewezen. Dus zocht ik ander werk in een carrosseriebedrijf. Maar zonder het zelf te beseffen, begaf ik mij in het hol van de leeuw. De geur van benzine, autolak en andere chemische stoffen maakten mij nog zieker. Behalve ademhalingsproblemen kreeg ik toen ook slaapstoornissen, drukkende hoofdpijn,  evenwichtsproblemen, braakneigingen, enz.’

 

 ‘Ik slikte jarenlang medicatie tegen ziektes die ik niet had, omdat de verkeerde diagnose was gesteld’

 


‘Omwille van de gehoor- en evenwichtsproblemen dachten dokters toen dat ik de ziekte van Menière had. Maar een behandeling tegen deze aandoening sloeg evenmin aan. Mijn gezondheidstoestand verslechterde en er werden ontelbare testen gedaan: hersenscans, allergietesten, etc. Op zeker ogenblik stelde men vast dat ik een aneurysma in mijn hoofd had. Dit is een uitstulping van een bloedvat, dat op termijn een bloeding kan veroorzaken. Maar de dokters wilden mij daarvoor (nog) niet opereren. Ik kreeg wel medicatie om mijn bloeddruk te verlagen en bloedverdunners. Ondertussen ploeterde ik voort. Ik kreeg last van spataders in de keel en ging op steeds meer stoffen reageren. Ik ben nu overgevoelig voor waspoeders, parfum, haarlak, uitlaatgassen, enz. Als ik met zulke stoffen in contact kom, krijg ik hoofdpijn, ademhalingsproblemen, begin ik te braken, enz. Het kwam zelfs zover dat mijn vrouw in de garage moest gaan strijken, omdat ik ziek word van die geur.

Dat leidde tot spanningen in ons gezin. Want ook mijn vrouw en kinderen wilden eindelijk wel eens weten wat er aan de hand was. Maar niemand wist het!’

 

‘Mijn onbekende ziekte had een steeds grotere impact op ons leven’

 


‘Ondertussen probeerde ik werk te vinden waarbij mijn gezondheid minder belast werd. Dat was niet evident. Toch ben ik er nog in geslaagd vijftien jaar lang te werken bij een autosloopbedrijf. Ik werkte daar grotendeels in de buitenlucht en wellicht is dat de reden waarom ik het nog zolang volgehouden heb. Maar toen het bedrijf verhuisde naar een industriezone vlakbij de autoweg, en ik elke dag in de geur van uitlaatgassen moest werken, werd ik terug zieker. Op zeker ogenblik was de situatie niet meer houdbaar. Ik heb toen nog een tijdje geprobeerd om parttime te werken maar de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA) ging niet akkoord en ik verloor mijn job. Sinds een jaar of acht zit ik in de werkloosheid. Mijn ‘onbekende’ ziekte had dus een steeds grotere impact op mijn professionele, familiale en sociale leven.’

‘Tot overmaat van ramp kreeg ik er drie jaar geleden nog een hersenbloeding bovenop. Na een revalidatie kan ik nu terug goed spreken en redelijk stappen. Maar mijn geheugen speelt me nog altijd parten. Ondertussen probeerde ik via allerhande kanalen te achterhalen wat er precies met mij aan de hand was. Die ontelbare onderzoeken en nodeloze medicatie kostten handenvol geld. Maar nog steeds was er geen duidelijke diagnose.’

 

 ‘De diagnose MCS was bijna een opluchting: eindelijk kreeg ik wat erkenning’

@BODY:

De laatste drie jaar kom ik bijna niet meer buiten. Vroeger zat ik in een visclub maar ik kan al 25 jaar niet meer naar het clubhuis waar gerookt wordt. Een partijtje gaan biljarten in een rokerig café is er voor mij niet meer bij. Ook naar familiefeestjes waar mensen roken of parfum dragen, kan ik al lang niet meer gaan. En zelfs thuis ondervind ik veel problemen. Als er mensen op bezoek komen die parfum of een bepaald waspoeder hebben gebruikt, krijg ik binnen het kwartier een rood hoofd, hartkloppingen en begin ik overmatig te transpireren. Maar het ergste zijn de ademhalingsproblemen: dan moet ik echt naar lucht happen en soms heb ik het gevoel te zullen stikken. Op zeker ogenblik zat ik fysiek en mentaal zo diep aan de grond dat ik tot tweemaal toe bij twee verschillende artsen gevraagd om euthanasie. Dit was geen leven meer!’

‘Een half jaar geleden kocht mijn goede vriend Harry een boek over Meervoudige Chemische Sensitiviteit (MCS) omdat hij vermoedde dat ik leed aan een milieuziekte. Bij het lezen van het boek herkende hij alle symptomen die ik had. Ik nam toen contact op met de Stichting MCS in Nederland. Nadat ik een hele vragenlijst had ingevuld, kreeg ik te horen dat er weinig twijfel bestaat: ik lijd aan MCS. Deze ‘milieuziekte’  wordt veroorzaakt door jarenlange blootstelling aan chemische stoffen of een eenmalige blootstelling aan zeer hoge concentraties chemicaliën. MCS- patiënten ontwikkelen een bijzonder scherp reukvermogen en reageren altijd op geuren die anderen (onbewust) bij zich dragen. Wie wil weten wat ik ervaar bij het ruiken van bijvoorbeeld parfum of rook, moet eens zijn neus boven een fles ammoniak houden. Die geur is zo scherp en doordringend dat je er misselijk van wordt… In zekere zin was de diagnose MCS een opluchting. Eindelijk kreeg ik als zieke een beetje erkenning. Maar de keerzijde van de medaille is dat er (nog) geen behandeling bestaat voor MCS.’

Ik leerde mijn ziekte beter te begrijpen’

 


‘De enige remedie is het vermijden van alle chemische stoffen en/of geuren. Dat betekent dus een leven in isolement. Want het laatste half jaar is mijn toestand erg verslechterd. Ik reageer nu ook overgevoelig op bepaalde natuurlijke geuren, zoals bijvoorbeeld bloemen of kruiden. En zelfs de geur van bepaalde voedingsstoffen – zoals geroosterd brood  – kan ik niet meer verdragen. Maar dankzij mijn contacten met de zelfhulpgroep in Nederland, leerde ik mijn ziekte wel beter te begrijpen. Wij proberen mijn leefomgeving nu zo ‘chemicaliënvrij’ mogelijk te maken. Dat betekent dat mijn vrouw en dochter in mijn nabijheid geen haarlak en/of parfums meer gebruiken. Mijn zoon kan geen haargel of scheermiddelen meer gebruiken.  De was wordt gedaan met een neutraal wasmiddel maar dit baat niet.  De ziekte is te ver gevorderd. Er mag bij ons al reeds 30 jaar niet meer gerookt worden. En we kunnen het huis maar opwarmen tot 14°C.  Anders komen er bepaalde gassen vrij. Ik besef dat dit voor mijn gezinsleden zeker niet makkelijk moet zijn.

Ze zijn medeslachtoffer van mijn ziekte.’

‘Sinds kort draag ik een mondmasker dat mij – gedeeltelijk - beschermt tegen geuren en uitlaatgassen als ik buitenkom. Ik moest een zware drempel overwinnen om dat masker te durven dragen. Want het onbegrip van buitenstaanders is vaak hard. Mensen zién uiterlijk niets aan mij en geloven dus niet dat ik echt ziek ben. Zelfs dokters wuiven MCS helemaal weg. Bovendien is de ziekte niet erkend door het Riziv, zodat ik eveneens in conflict kom met officiële instanties zoals RVA en VDAB.’

‘Toch heb ik de laatste tijd opnieuw een beetje hoop gekregen. Wanneer ik in een bosrijke omgeving vertoef, voel ik mij merkelijk beter. Een dokter zei dat ik mogelijk tot 40 procent beterschap kan bekomen indien ik in een ‘groene’ omgeving zou gaan wonen. Die mogelijkheid zijn we nu aan het onderzoeken. Maar zoiets is niet evident als je een gezin hebt en over weinig financiële middelen beschikt. We hebben vier  gemeenten aangeschreven om te vragen om in de weekendzone te mogen wonen.  Dit werd telkens geweigerd.’

‘Ondertussen probeer ik zo goed mogelijk met die MCS  te leven. Dat is niet altijd makkelijk. Want slechts weinig mensen kunnen zich voorstellen wat het betekent om te vechten tegen deze onbegrepen milieuziekte. Gelukkig krijg ik veel steun van mijn gezin en van mijn schoonzus Jeannine. Zij is zelf een zware fibromyalgie-patiënte en moedigde mij aan om met de computer te leren werken. Ondertussen is het internet mijn voornaamste manier van sociaal contact. En dankzij Jeannine heb ik mijn vechtlust herwonnen. Ik wil mij inzetten om deze ziekte meer bekendheid te geven, zodat andere mensen niet dezelfde nodeloze lijdensweg moeten ondergaan voordat de juiste diagnose wordt gesteld. Want MCS zou wel eens de ziekte van de toekomst kunnen worden.’

‘En natuurlijk blijf ik hopen op een kentering. Een geringe beterschap zou voor mij al voldoende zijn. Als ik terug eens onder de mensen zou kunnen komen, een beetje kon knutselen aan machines,…  dat zou voor mij al een wereld van verschil maken. Indien de wet  me zou toelaten om in een groene weekendzone te wonen, zou ik - zelfs met MCS – weer gelukkig kunnen zijn.’

 

DOOR: CAROLINE STEVENS, Goed Gevoel juni 2010

 

Kaderstuk

Wat is MCS?

MCS staat voor Meervoudige Chemische Sensitiviteit (ook bekend onder de Engelse term: multiple chemical sensitivity). MCS-patiënten worden ziek van allerlei chemische stoffen en/of geuren in hun omgeving. Zij reageren zelfs overgevoelig op een lage dosering chemicaliën waar een gezond mens geen last van heeft.

Volgens bepaalde studies zou 12 tot 16% van de bevolking in meer of mindere mate overgevoelig zijn voor vluchtige, chemische stoffen

In Duitsland en Oostenrijk is MVS erkend als een lichamelijke ziekte. In ons land is de ziekte nog niet erkend, maar in maart 2010 heeft Nele Lijnen (Open VLD) wel opnieuw een vraag gesteld in de senaat om het debat op gang te brengen.  Senator Annemie Van de Casteele (Open VLD) deed dit reeds in mei 2006.

 

Symptomen?

MCS is een aandoening die verscheidene lichaamsprocessen verstoort. De klachten kunnen dus erg uiteenlopend zijn. De meest voorkomende klachten zijn: ademhalingsproblemen, irritatie van oren, ogen, neus en keel, hoofdpijn, misselijkheid, concentratieproblemen, duizeligheid, spier- en gewrichtspijn, huidproblemen, maag-en darmstoornissen.

 

Welke stoffen kunnen een reactie uitlokken?

Dit verschilt sterk van patiënt tot patiënt. Maar volgende producten werden in verband gebracht met MCS: kooktoestellen op gas, schoonmaakmiddelen, verfproducten, pesticiden, boenwas en vernis, uitlaatgassen, chemicaliën gebruikt in de fotografie en drukkerijen, inkten, sigarettenrook, e.a.

 

Behandeling?

Het vermijden van de chemische stoffen die de reacties uitlokken, is totnogtoe de enige doeltreffende behandeling van MCS. Ook een luchtzuiveraar in de woning en/of gebruik van zuurstofmaskers kunnen nuttige hulpmiddelen zijn.

 

MEER INFO:

 

  • Boek: ‘Als chemische stoffen en geuren je ziek maken’, Els Valkenburg (Schors, €17,90)

Website: www.het-abc-van-mcs.nl

 

  • Belgische informatiesite over Meervoudige Chemische Sensitiviteit:

http://users.telenet.be/myprojects/MCS

 

  • Stichting MCS Nederland

www.meldpuntgezondheidenmilieu.nl

 

 

 

 

 

 

 

 

 

13:56 Gepost door Reportarcaroline in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |  Facebook |

Veilig op vakantie met jonge kinderen

Eindelijk is de vakantie in aantocht! We hebben er maandenlang naar uitgekeken en onze vakantiebestemming met veel zorg uitgekozen. Maar vooral als je met jonge kinderen op vakantie gaat, is enige voorzichtigheid toch geboden. Met onderstaande tips wordt het helemaal een geslaagde en zorgeloze vakantie!

 

OPGEPAST VOOR DE ZON!

 

  • Een zonnesteek

Het grootste gevaar van de zon is ongetwijfeld een zonnesteek. Deze kan erg pijnlijk zijn en zelfs leiden tot een gedwongen doktersbezoek en/of een behandeling met zalf en medicijnen. Bovendien is een zonnesteek op lange termijn schadelijk voor de huid. Alhoewel noodzakelijk voor de groei, omwille van de vitamine D, kan de zon voor baby’s of erg jonge kinderen ook een echte vijand zijn.  Hun opperhuid is immers veel gevoeliger. Een baby jonger dan 1 jaar hou je altijd in de schaduw! Zo’n kind kan immers niet duidelijk maken dat hij het te warm heeft of dat het zonlicht te fel is. Bovendien zijn de negatieve effecten van de zon veel gevaarlijker voor een baby dan voor een volwassene.

Vanaf de leeftijd van 1 jaar kan een kind – met mate – worden blootgesteld aan de zon. Maar om je kind te behoeden voor een zonnesteek, is het belangrijk zijn/haar hoofdje te bedekken met een zonnehoedje en de ogen te beschermen met een zonnebril. Trek je kind bij voorkeur een licht, katoenen t-shirtje aan in plaats van het in zwembroekje of badpak te laten rondlopen. Smeer ook de huid die wordt blootgesteld aan de zon in met een zonnecrème met hoge beschermingsfactor (30 of meer). Herhaal dit om de twee uur en iedere keer nadat het kind in het water heeft gespeeld.

 

  • Zonneallergie

Overmatige blootstelling aan de zon kan ook leiden tot een zonneallergie. Op de huid verschijnen dan rode vlekjes, die erg kunnen jeuken. Wanneer dit gebeurt, moet je je kind onmiddellijk de schaduw laten opzoeken en mag je niet langer vertrouwen op de bescherming van een zonnecrème. Wanneer de allergie ernstig lijkt of het kind ook koorts krijgt, is het verstandig een arts te raadplegen.

 

  • Hitteslag

Zoals de term al doet vermoeden, ontstaat een hitteslag door te veel warmte en te weinig hydratatie en afkoeling. Een hitteslag uit zich door hoofdpijn,, misselijkheid en/of braken. In ernstige gevallen kan men zelfs flauwvallen. Om een hitteslag te voorkomen, is het belangrijk je kind veel water te laten drinken en het tijdens de warmste uren van de dag (tussen 12 en 16 uur) in de schaduw te laten spelen. Baby’s hou je beter altijd uit de zon! Jonge kinderen moet je voldoende beschermen tegen de warmte. Vergeet ook niet dat in landen dichtbij de evenaar de zon veel harder en venijniger is.

In geval van hitteslag is het belangrijk je kind zo snel mogelijk naar een koele kamer over te brengen of, indien mogelijk, het in een bad met water van 37°Celsius te leggen om de lichaamstemperatuur te doen zakken. Bij ernstige hitteslag (bewustzijnsverlies) breng je het kind beter meteen naar het ziekenhuis.

 

DE GEVAREN VAN WATER

 

  • Verdrinking

Niets vinden kinderen zo heerlijk als op een warme dag in het water te plonsen. Maar hou er altijd rekening mee dat water erg verraderlijk kan zijn. Jonge kinderen laat je daarom beter nooit alleen in het water gaan. Een ander – minder bekend – gevaar is onderkoeling. Ieder jaar opnieuw sterven er vakantiegangers omdat ze na enkele uren zonnebaden plotseling in ijskoud water springen. Deze plotse daling van de lichaamstemperatuur kan erg gevaarlijk zijn. Als je kinderen willen gaan zwemmen, is het beter hen eerst wat te laten pootjebaden zodat het lichaam kan wennen aan het koele water. Na het eten van een lichte, zomerse salade kan het helemaal geen kwaad om je kinderen te laten baden. Maar na een zware of vettige maaltijd is het beter om eventjes te wachten. Anders zouden ze misselijk kunnen worden en in het water in de problemen kunnen geraken.

 

  • Krampen

Hou er altijd rekening mee dat kinderen - net als volwassenen trouwens - in het water plotse spierkrampen kunnen krijgen. Daarom is het belangrijk je kinderen enkel te laten zwemmen op een diepte waar ze nog steeds de bodem kunnen voelen. Laat hen ook nooit zwemmen in een onbewaakte zone of zorg dat ze steeds vergezeld zijn van een volwassene. Een volwassene kan er ook beter op toezien dat de kinderen niet in aanvaring  komen met jetskiërs of motorbootjes.

 

  • Steken van een zeedier

De zee is niet alleen het speelterrein voor kinderen, maar ook de habitat van kwallen en andere zeedieren. Een kwallenbeet kan erg vervelend en pijnlijk zijn. Er ontstaat een zwelling op de plaats waar het dier gestoken heeft, vaak gevolgd door rode vlekken of jeuk.

Wanneer je kind gestoken wordt, spoel de huid dan schoon met ongezouten, proper water en leg een zak met ijs op het gestoken lichaamsdeel. Daarna kan je de huid ook insmeren met een pijnstillende zalf. Het is best om de wonde gewoon onbedekt te laten. Meestal verdwijnt de pijn redelijk snel en is het niet nodig een arts te raadplegen.

 

ANDERE ZOMERSE GEVAREN

 

  • Insectenbeten

Hou er rekening mee dat insecten nooit op vakantie gaan! Wees dus steeds voorbereid op een steek van muggen, bijen, wespen of andere insecten. En neem altijd - ook op daguitstappen - een pincet en zalf tegen insectenbeten mee! Zo’n insectenbeet kan eventjes erg pijnlijk zijn maar is meestal ongevaarlijk. Behalve dan natuurlijk wanneer er een allergische reactie optreedt, bijvoorbeeld bij wespengif. In dit geval ga je best meteen met je kind naar de spoedafdeling van het dichtstbijzijnde ziekenhuis, waar men hem of haar een inspuiting met tegengif kan geven.

In onze streken zijn muggensteken ongevaarlijk maar in bepaalde landen kunnen muggen spierstijfheid, koorts en vermoeidheid veroorzaken.

De beste manier om je kleine lieveling te beschermen tegen insectenbeten blijft nog altijd kleding, een zonnehoedje en een doeltreffende anti-insectencrème. En hoe plezierig het ook kan aanvoelen, laat je kind niet op blote voetjes over het strand lopen want dan kan hij op een bij trappen en gestoken worden.

In landen waar slangen leven, laat je je kind ook beter gesloten schoenen en een lichte, katoenen broek dragen om in de bossen of tussen struikgewas te ravotten. Informeer je bij de lokale bevolking over de mogelijk gevaarlijke slangensoorten. Wordt je kind toch gebeten door een slang, probeer dan het gestoken lichaamsdeel zo weinig mogelijk te bewegen en laat iemand snel hulp halen. Bij de meeste slangenbeten is het gif pas na enkele uren werkzaam.

 

  • Voedselvergiftiging

Voedselvergiftigingen zijn een veel voorkomend probleem tijdens vakanties in het buitenland. Huiduitslag en diarree zijn allesbehalve prettig, maar de meeste voedselvergiftigingen zijn vrij onschuldig en verdwijnen binnen de twee dagen. Het is wel belangrijk je kind voldoende te laten drinken om uitdroging te vermijden en eventueel kan de arts een antibioticum voorschrijven. Alles hangt natuurlijk af van de ernst van de vergiftiging. Indien je kind koorts maakt, is het altijd beter naar de dokter te gaan.

 

  • Kleine ongelukjes

Wanneer je met kinderen op vakantie gaat, moeten ze zich volledig kunnen uitleven. Kleine ongelukjes – een verstuikte voet, een buil of een kleine snijwonde – horen daar jammer genoeg soms bij. Maar zoiets kan natuurlijk evengoed thuis gebeuren wanneer je kind sport beoefent of graag in bomen klimt! Een korte cursus EHBO kan als ouder natuurlijk nooit kwaad en vermijdt dat je in paniek geraakt op kleine crisismomenten. Maar ongerustheid mag zeker geen reden zijn om je kinderen onder een gouden stolpje te zetten, want dan ontneem je hen alle plezier dat nodig is voor een gezonde ontwikkeling.

@DOOR: CAROLINE STEVENS/ Goed Gevoel juni 2010

 

 

Dit mag niet ontbreken in je EHBO-vakantiebagage

 

 

-         steriel verband en compressen, individueel verpakt

-         (steun)verbanden

-         pleisters in verscheidene grootte

-         iets waarmee je een draagverband (bv. voor een arm) kan maken

-         een pincet (handig bij bijensteken)

-         een schaar

-         ontsmettingsmiddel

-         pijnstiller of pijnstillende zalf

-         ontstekingsremmers

-         zonnecrème en after sun-product

-         indien men allergisch is voor insectenbeten: anti-allergisch middel

 

13:52 Gepost door Reportarcaroline in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |  Facebook |

10 onmisbare voedingsmiddelen voor een gezonde zomer!


Tijdens de zomermaanden is het niet altijd eenvoudig om gezond en gevarieerd te eten. Op warme dagen doen frituren gouden zaken en mensen drinken ’s zomers ook meer alcohol. Maar vette snacks of een ander eetpatroon kunnen leiden tot darmproblemen. Met deze 10 zomerse voedingsmiddelen kom je fit en gezond de zomer door!

 

 

 

1.        WATERMELOEN

Watermeloenen bevatten ongeveer 90% water en hebben een sappige, zoete smaak. Ze zijn een ideale dorstlesser en voorkomen dat je uitgedroogd geraakt.. Bovendien zitten in watermeloenen ook veel vitaminen A, B6 en C en antioxidanten. Nog een extraatje: volgens Amerikaanse onderzoekers zou watermeloen ook het libido opkrikken omdat het relaxend werkt op de bloedvaten… En een watermeloen even door de blender jagen, geeft een fris en gezond drankje voor je kids!

 

2.        TOMATEN

Zongerijpte tomaten, rechtstreeks uit je moestuin, behoren echt tot de zomerse toppers! Als bron van vitamine C, betacaroteen en lycopeen hebben tomaten ook een grote voedingswaarde. Bovendien kunnen tomaten op verscheidene manieren gegeten worden: onbewerkt in een fris slaatje of bij een warme maaltijd. En tomaten zijn ’s zomers meestal niet duur, dus ook nog gezond voor je portemonnee!

 

3.        BESSEN

Tijdens de zomermaanden zijn bessen qua smaak op hun best en omdat er zoveel soorten bestaan, zal je ze niet snel beu gegeten zijn. Aardbeien, bosbessen, frambozen, kruisbessen, braambessen,… de lijst is bijna eindeloos. Alle bessen hebben echter éénzelfde eigenschap: ze bevatten weinig calorieën en veel vitaminen (met de aardbei als koploper) en zijn een goede bron van antioxidanten en vezels. Sommige bessen kunnen behoorlijk duur zijn, maar als je in de buurt van een bos of natuurgebied woont, kan je soms gratis je buikje vol eten. Bovendien zijn bessen heerlijk als dessert of in bepaalde warme gerechten.

 

4.        PAPRIKA’S & PEPERS

Alhoewel paprika’s en pepers het hele jaar door te krijgen zijn, zijn ze ’s zomers op hun best. Zoete paprika’s, vooral de gele en groene variëteiten, zitten boordevol vitamine A, C, B6 en voedingsvezels. Maar chilipepers hoeven qua voedingswaarde niet onder te doen. Net zoals paprika’s bevatten zij veel vitaminen en antioxidanten, maar de pikante pepers zouden bovendien een gunstige invloed hebben op het cholesterolgehalte. Zoete paprika’s kan je heerlijk roosteren op de barbecue en chilipepers geven aan je zomerse salade een pittige smaak!

 

5.        PERZIKEN

Heerlijk sappige, zoete perziken associëren veel mensen met de zomer. Alleen al de smaak brengt je in vakantiestemming, maar perziken bevatten ook veel vitamine C en A, vezels en antioxidanten. Bovendien zit in perziken ook veel luteïne en zeaxantine, twee stoffen die preventief kunnen helpen tegen leeftijdsgebonden macula degeneratie van het netvlies.

 

6.        ZOMERPOMPOENEN

Zomerpompoenen behoren tot dezelfde plantenfamilie als komkommers. De meest bekende zomerpompoenen zijn courgettes. Maar je hebt ook de flespompoen, de spaghettigpompoen, etc. Zomerpompoenen bevatten veel mangaan en vitaminen A, B en C. Ze zijn wel heel gevoelig en blijven best ongewassen en verpakt in een geperforeerde plastic zak in de koelkast. Je mag zomerpompoenen maximaal 1 week bewaren. Het vruchtvlees kan in plakken gesneden en 2 minuten geblancheerd, ingevroren worden maar wordt hierdoor wel zachter.  

Pompoenen zijn gezond en vriendelijk voor de lijn: ze bevatten slechts 36 kcal per 100 g en 0 g vet. Ze bestaan voor 91% uit water en zijn dus ook prima dorstlessers!

 

7.        BASILICUM

Door zijn typische smaak is bazielkruid of basilicum de ideale smaakgever voor je zomerse gerechten. Vooral tomaten smaken heerlijk met een snuifje basilicum. Basilicum is rijk aan vitamine K, A en calcium. Het is eveneens ontstekingsremmend. Basilicum wordt best vers gebruikt.

 

8.        VIJGEN

Sommige mensen houden niet van hun kleverige textuur maar voor liefhebbers zijn vijgen een heuse delicatesse. Vijgen houden van een Mediterraan klimaat en smaken het beste van juni tot september. Er zijn verscheidene kleurvariëteiten. Vijgen bevatten veel vezels, antioxidanten en potassium, een stof die de vochtbalans in het lichaam helpt te regelen. Vijgen passen prima bij zoete gerechten en zachte geitenkaas!

 

9.        PRUIMEN

Pruimen bestaan in verscheidene kleuren met elk zijn eigen textuur en smaak. Pruimen zijn het hele jaar door verkrijgbaar maar zijn op hun best tussen mei en oktober. Pruimen zijn net zoals abrikozen, perziken en nectarines pitvruchten. Ze zijn een goede bron van vitaminen A en C, voedingsvezels en antioxidanten. Gedroogde pruimen zijn vooral bekend voor hun laxerende werking. Pruimen lenen zich ook prima in (fruit)taarten of om confituur van te maken.

 

10.    GROENE BONEN

Alhoewel je ze het hele jaar door in de supermarkt vindt, zijn groene bonen ’s zomers het beste van smaak: knapperig en een beetje zoeter. Groene bonen bevatten vel vitaminen K en C, mangaan en betacaroteen, wat hen tot een uitstekend zomers product maakt.

 

 

Kadertje

Zomers is gezond

 

Eigenlijk hadden we dit lijstje zomerse voeding nog veel langer kunnen maken, want zowat alle producten die ’s zomers vers geoogst worden, zijn gezond. Je hoeft gewoon maar te kiezen uit wat beschikbaar is: kersen, aardbeien, nectarines, pruimen,… Maar als je de hele zomer fit en energiek wilt blijven, moet je ook nog enkele andere eet- en leefgewoonten in acht nemen.

 

  • Kies voor lichte maaltijden

Kies bij voorkeur voor lichte maaltijden – rijst, pasta, gekookte aardappelen – die veel plantaardige zetmelen en complexe suikers bevatten, dé voedingsbron voor onze spieren en hersenen.

 

  • Gebruik voldoende melkproducten

Melkproducten zijn door hun hoeveelheid calcium en vitamine D onmisbaar voor een goede botstructuur. Bovendien kunnen melkproducten (kaas, yoghurt, melk) ’s zomers een perfect tussendoortje zijn.

 

  • Vermijd vetten

Vettige worsten op de barbecue, vette sausjes, meer fastfood en frieten,… Op warme zomerdagen kunnen mensen vaak niet aan de verleiding weerstaan. Teveel vet is echter niet alleen nefast voor je lijn, maar kan ook leiden tot diarree. Probeer de hoeveelheid vetten te beperken en, als je het toch niet kunt laten, kies dan bij voorkeur voor plantaardige vetten zoals olijfolie.

 

  • Beperk zout

Wanneer het warm is, is de drang naar zout groter. Maar eigenlijk is dat niet zo’n goed idee: zout heeft immers de neiging om vocht op te houden, iets waar veel mensen bij warm weer al last van hebben. Denk maar aan je gezwollen voeten na een warme zomerdag…

Belgen eten bovendien volgens diverse studies al bijna twee keer zoveel zout als de aanbevolen 6 gram per dag en dat is niet zo’n goed nieuws. Want teveel zouten zijn ongezond voor hart- en bloedvaten. In veel producten zitten reeds verborgen zouten, dus is het echt niet nodig nog eens extra zout op je gerechten te doen. Als je het toch niet zonder extra zout kunt, kies dan bij voorkeur voor zeetout.

 

  • Drink gezond

Tijdens de zomer stijgt de consumptie van frisdranken enorm. Toch zijn frisdranken niet zo gezond omdat ze teveel suikers bevatten en kunnen leiden tot overgewicht en/of diabetes. Een veel gezonder alternatief is water. Zeker op warme dagen is het aanbevolen om minstens 1,5 water te drinken!

 

  • Zorg voor voldoende beweging

Naast gezond en gevarieerd eten, is ook voldoende beweging belangrijk. Je hoeft je echt niet urenlang in het zweet te werken in een fitnesscentrum: iedere dag minstens een half uur wandelen, fietsen of zwemmen volstaat. Ook door vaker de trap te nemen in plaats van de lift, te voet of met de fiets je boodschappen doen,… kan je zorgen voor meer beweging.

 

@DOOR: CAROLINE STEVENS

 

13:49 Gepost door Reportarcaroline in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |  Facebook |

18-06-10

Quinoa, de gezonde verleider

Steeds meer consumenten laten zich verleiden door quinoa, een traditioneel product uit Bolivië. Quinoa heeft immers een uitzonderlijk hoge voedingswaarde en past dus prima in de gezondheidstrend om minder vlees te gaan eten.

 

 

Quinoa (Latijnse naam: Chenopodium quinoa) is een plant die al meer dan 5.000 jaar gecultiveerd wordt door indianenstammen op de hoogvlaktes van de Andes in Bolivië. Samen met aardappelen vormde quinoa hun belangrijkste voedingsbestanddeel. Volgens de mythologie is quinoa op de Aarde achtergebleven als restant van een godenmaaltijd en sindsdien werd zij altijd beschouwd als een onsterfelijk voedingsmiddel. De Inca’s voerden rond de quinoaplant plechtige rituelen. Nu wordt het gewas – dat in zeer barre omstandigheden op meer dan 3.000 m hoogte kan overleven – ook in berggebieden elders ter wereld geteeld. Maar de ‘quinoa Real’ (de échte quinoa) blijft toch het meest gegeerd. In het gebied rond de grote zoutwoestijnen in Bolivië is quinoa ook vandaag nog de voornaamste bron van eiwitten voor de bevolking.

 

Graan dat geen graan is

 

Quinoa bestaat in drie variëteiten: witte, rode en zwarte. In België vind je bijna uitsluitend de witte. Quinoa wordt wel eens ‘de moeder der granen’ genoemd omwille van haar uitzonderlijke hoge voedingswaarde.

‘Een andere benaming is gierstmelde of indianenrijst.

Maar eigenlijk is het helemaal geen graangewas. Quinoa is een gekweekte variëteit uit een familie wilde planten (chenopodiaceae of ganzenvoet) en is verwant aan spinazie en suikerbiet’, zegt Tobias Leenaert van EVA vzw (Ethisch Vegetarisch Alternatief - www.vegetarisme.be). ‘In de ‘alternatieve’ keuken wordt quinoa al lang gebruikt. Maar de jongste tijd wint het enorm aan populariteit. Dat is niet zo verwonderlijk want het is een zéér voedzaam voedingsmiddel. Quinoa zit boordevol proteïnes. Met een eiwitgehalte van 16,2% steekt het met kop en schouders uit boven tarwe (14%) en rijst (7,5%). Belangrijk is ook dat de eiwitten in quinoa alle essentiële aminozuren in de juiste verhouding hebben. Eiwitten zijn samengesteld uit een twintigtal aminozuren. Acht daarvan moeten mensen uit voeding halen, omdat ons lichaam die zelf niet aanmaakt. De meeste plantaardige voeding heeft niet alle noodzakelijke aminozuren in de juiste dosis. Dat is op zich geen probleem omdat ons lichaam de aminozuren die we in verschillende voedselbronnen vinden, zelf combineert tot volwaardige eiwitten. Maar in quinoa en soja zijn wèl al die essentiële aminozuren aanwezig! Bovendien zijn de quinoa-eiwitten beter verteerbaar. Wanneer quinoa wordt toegevoegd aan de voeding van zwangere vrouwen kan dit haar melkafscheiding verbeteren. Door haar hoge eiwitgehalte en uitzonderlijke voedingswaarde wordt quinoa daarom als een ideale vleesvervanger beschouwd.’

 

Even gezond als moedermelk


Qua samenstelling zou quinoa evenwichtiger zijn dan rijst, maïs of soja en heeft het zelfs een nutritionële voedingswaarde die vergelijkbaar is met deze van moedermelk. Quinoa bevat eveneens een grote hoeveelheid vitamines zoals B1, B2, B3, C en het is een grote bron van mineralen zoals calcium, ijzer, fosfor en magnesium. Quinoa biedt drie maal zoveel calcium en twee maal zoveel fosfor als tarwe! Tot slot, is quinoa ook erg vezelrijk en bevat het voornamelijk onverzadigde (goede) vetten en slechts 11% verzadigde (slechte) vetten.

Aan quinoa worden al eeuwenlang geneeskrachtige eigenschappen toegeschreven. Het bevat veel antioxidanten en zou een preventieve rol kunnen spelen bij kanker. Quinoa wordt traditioneel ook aangewend voor de behandeling van infecties van de urinewegen of angines en bij koorts. Daarnaast hebben wetenschappelijke studies aangetoond dat quinoa een juiste hoeveelheid phyto-oestrogenen bevat, waardoor de plant uiterst geschikt is voor vrouwen in de menopauze. Nog een ander voordeel is dat quinoa geen echt graangewas en bijgevolg glutenvrij is, waardoor het een ideaal voedingsmiddel is voor mensen die lijden aan tarweallergieën.

@TTITEL: In de keuken

@BODY:

Om al deze redenen heeft de Westerse wereld stilaan oog gekregen voor de indianenrijst. Quinoa past prima binnen de nieuwe gezondheidstrend en het product is ook in onze keuken aan een heuse opmars bezig. De quinoazaadjes worden aangeprezen als vervanger voor vlees, rijst, macaroni of aardappelen. Quinoazaden nemen tijdens het koken tot driemaal hun gewicht aan water op. En door hun fijne, zachte smaak passen zij in heel wat bereidingen gaande van soep, hoofdschotel, dessert tot frisdranken! Gemalen en vermengd met tarwemeel kan quinoa ook gebruikt worden voor het bakken van brood of cake. Bovendien heeft quinoa geen lange kooktijd (max 15 minuten) en kan dus snel een gerecht opleveren. De zaadjes zijn gaar wanneer ze opengebarsten zijn en een klein, wit kiempje verschijnt.

Naast de korrels kan ook het blad van de quinoa, net als sla of spinazie, perfect worden gekookt of rauw gegeten.

Voor wie bekommerd is om zijn gezondheid en houdt van een beetje creativiteit in de keuken, is quinoa dus een uiterst betrouwbaar voedingsmiddel.

@DOOR: CAROLINE STEVENS

 

 

Kaderstuk

 

Voedingswaarde van 100 g quinoa

 

 

 

Energetische waarde

390 kcal

Koolhydraten

72 g

Proteïnes

22 g

Vezels

4 g

Vetten

9,5 g

Verzadigde vetten

11%

Onverzadigde vetten

89%

 

 

Vitamines

 

B1

30 mg

B2

28 mg

B3

7 mg

C

3 mg

 

 

Mineralen

 

Fosfor

530 mg

Calcium

130 mg

IJzer

20,5 mg

Magnesium

260 mg

Kalium

870 mg

 

 

Aminozuren

 

Histidine

2,7 g

Isoleucine

6,4 g

Leucine

6,8 g

Lysine

6,6 g

Threonine

4,8 g

Thryptofaan

1,1 g

Valine

4,8 g

Phenylalanine

4,6 g

 

 

Recept 1

@TTITEL: Quinoa-groentensoep

@BODY:

Ingrediënten voor 4 personen:

¼ kop gewassen quinoa

4 grote koppen water

½ kop wortels (in schijfjes)

¼ kop selder (gesneden)

2 eetlepels gehakte uien

¼ kop gehakte groene paprika

2 teentjes gehakte look

2 eetlepels olijfolie

½ kop gehakte tomaten

½ kop gehakte kool

zout

gehakte peterselie

 

Bereidingswijze:

Fruit de quinoa, wortels, selderij, uiten, groene paprika en look in olijfolie tot ze goudbruin zijn. Voeg er water, tomaten en kool aan toe en breng dit geheel aan de kook. Laat alles 20 tot 30 minuten sudderen tot de groenten gaar zijn. Kruid naar smaak en versier met peterselie.

 

Tip: lekkerbekken kunnen er ook nog een scheutje sojaroom aan toevoegen!

 

 

Recept 2

@TTITEL: Stoofpotje van quinoa en verse kruiden

@BODY:

Ingrediënten voor 4 personen:

80 à 120 g quinoa 

0,50 l groentenbouillon

80 g wortels (in kleine blokjes gesneden)

80 g rode bonen (gekookt en uitgelekt)

0,8 teentje knoflook(fijngehakt)

0,15 cl komijnpoeder

10 g verse oregano (fijngehakt)

  5 g verse koriander (fijngehakt)

0,50 kg aardappelen (puree)

olie

 

Bereidingswijze:

Besprenkel de bodem van een middelgrote kookpan met voldoende olie en verhit. Fruit de knoflook aan tot ze glazig is. Voeg er dan de bouillon toe en breng dit aan de kook.

Voeg de quinoa en wortelen eraan toe en breng terug aan de kook. Verlaag daarna het vuur en laat nog 5 minuten sudderen. Voeg vervolgens de bonen en de kruiden toe en laat verder sudderen tot de quinoa gaar is en het mengsel begint in te dikken. Neem de pan van het vuur.

Roer de aardappelpuree erdoor en verdeel over ovenvaste schaaltjes. Bak in een voorverwarmde oven van 165°C gedurende 15 minuten of tot het stoofpotje een vaste vorm heeft aangenomen.

Garneer met stukjes fijngehakte tomaat en paprika voor het serveren.

 

Tip: om meer smaak te geven, kan je de aardappelpuree kruiden met look, uit of peper!

 

 

Recept 3

@TTITEL: Quinoa-koekjes

@BODY:

Ingrediënten voor 2 personen:

2 kopjes quinoa

1 prei in dunne ringetjes gesneden

1 ei

30 g geraspte, belegen kaas

1 eetlepel tomatenketchup

2 eetlepels paneermeel

30 g margarine

peper en zout

 

Bereidingswijze:

Meng de prei, het ei, de kaas en de tomatenketchup door de quinoa. Breng dit op smaak met peper en zout. Verdeel dit geheel in twee en kneed er twee koeken van. Wentel ze door het paneermeel. Bak de koeken vervolgens bruin in de margarine.

 

Tip: wie een glutenvrij dieet moet volgen, kan paneren met glutenvrij paneermeel of geplette cornflakes.

 

 

 

 

10:57 Gepost door Reportarcaroline in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |  Facebook |

Obstipatie, je kan er zelf iets aan doen

 

Stop verstopping !


Obstipatie, constipatie, verstopping,… allemaal termen voor diezelfde vervelende kwaal: een moeilijke stoelgang. Bijna 1 op 5 mensen lijdt aan obstipatie, vrouwen nog meer dan mannen. Maar gelukkig kunnen enkele eenvoudige leefregels het probleem meestal oplossen.

 

 

Deel 1 theorie

 

@VRAAG: Wat veroorzaakt obstipatie?

@ANTWOORD: Het probleem ontstaat in de darmen. De dikke darm duwt ontlasting (onverteerbare voedselresten, darmbacteriën en water) door samentrekkingen van de darmwand naar de endeldarm. Tijdens dit proces worden er water en voedingsstoffen uit opgenomen. Maar als de ontlasting te langzaam door de darmen beweegt, onttrekt de dikke darm er teveel water aan en wordt de ontlasting droog en hard. Dit levert dan problemen op met de stoelgang.

Deze ‘trage darmen’ kunnen veroorzaakt worden doordat er te weinig vezels of vocht in het voedsel zitten, Maar ook stress, een zittend beroep, zwangerschap of ouderdom kunnen een afname van de darmsamentrekkingen veroorzaken. Bepaalde ziektes kunnen eveneens leiden tot verstopping: neurologische aandoeningen (multiple sclerose, een ruggenmergletsel of beroerte), stofwisselingsziekten, schildklierproblemen en zelfs depressie.

 

@VRAAG: Wanneer is er sprake van verstopping?

@ANTWOORD: De frequente van ontlasting verschilt van persoon tot persoon. Je hebt mensen die elke dag meerdere keren ontlasting hebben en anderen die slechts om de twee dagen naar het groot toilet moeten. In medische termen spreekt men pas van verstopping of obstipatie wanneer iemand minder dan drie keer per week ontlasting produceert of als dit alleen lukt door heel hard te persen.

 

@VRAAG: Welke zijn de symptomen van obstipatie?

@ANTWOORD: Typische klachten van obstipatie zijn een harde, droge en/of pijnlijke ontlasting. Ook heeft de patiënt(e) soms last van een opgeblazen gevoel of buikkrampen.

 

@VRAAG: Is obstipatie gevaarlijk?

@ANTWOORD: Een kortstondige obstipatie is over het algemeen niet ernstig. Vaak kan een verandering in het eetpatroon en meer lichaamsbeweging de stoelgang terug normaliseren. Maar bij een verstopping die langer dan drie weken aansleept, is het toch verstandig een arts te raadplegen. Langdurige obstipatie kan immers leiden tot complicaties. Doordat er langer en harder moet geperst worden, kunnen de bloedvaten rond de anus onder druk komen te staan. Als de bloedvaten hierdoor uitzetten, ontstaan er aambeien. Dit zijn een soort spataders in en rond de anus. Aambeien kunnen zeer pijnlijk zijn en soms opengaan waardoor er bloed in de ontlasting komt.

 

Ga dus altijd naar de dokter wanneer:

-         de verstopping langer dan een maand duurt.

-         er een plotse verandering optreedt in de stoelgang.

-         de verstopping op latere leeftijd optreedt.

-         er ook andere klachten zijn zoals pijn, geen eetlust, vermagering of koorts.

-         er bloed bij de ontlasting zit. Dit wordt vaak veroorzaakt door aambeien maar kan ook te wijten zijn aan poliepen, een ontsteking of een tumor in de darm.

 

 

 

Deel 2 praktische tips

 

@INLEIDING:

Gelukkig kan je zelf veel doen om verstopping te voorkomen. Met volgende eet-en leefregels ben je alvast  een heel eind op de goede weg!

 

1.        Eet gezond!

Kies voor een gezonde, gevarieerde en vezelrijke voeding. Gezonde voeding bestaat uit de groepen voedingsmiddelen uit de bekende voedingsdriehoek. Zorg ervoor dat je voedsel is opgebouwd uit onderstaande producten:

-         groenten en fruit

-         brood, granen, aardappelen, deegwaren, rijst, peulvruchten

-         zuivel, vlees, vis, ei of vleesvervangers

-         vetten en oliën

-         dranken (water!)

Om een goede darmwerking te verkrijgen, is het belangrijk voldoende vezels te eten. Vezels kunnen eveneens opgedeeld worden in twee groepen:

-         de ‘oplosbare’ vezels komen onverteerd in de dikke darm terecht waar de darmbacteriën ze bewerken. Hierdoor komen stoffen vrij die de darmwerking stimuleren. Oplosbare vezels vind je vooral in groenten, fruit en peulvruchten.

-         de ‘onoplosbare’ vezels komen eveneens onverteerd in de dikke darm terecht. Ze werken als een soort spons en zuigen veel vocht op. Daardoor zorgen ze voor een zachtere ontlasting. Onoplosbare vezels vind je vooral terug in volkorenbrood, muesli, havermout en andere graanproducten.

 

2.        Drink voldoende.

Bij vezelrijke voeding is het belangrijk voldoende te drinken: 1,5 tot 2 liter per dag. Vezels nemen immers veel vocht op. Wanneer je te weinig drinkt, kunnen de vezels onvoldoende opzwellen en dus geen vlotte ontlasting vormen.

 

3.        Zorg voor meer lichaamsbeweging.

Probeer meer aan lichaamsbeweging te doen. Een half uurtje stevig wandelen per dag is al voldoende. Maar ook andere sporten zorgen voor een betere dramwerking.

 

4.        Maak tijd om rustig naar het toilet te gaan.

Verstopping kan ook ontstaan doordat mensen te haastig naar het toilet willen gaan. Kies daarom een vast tijdstip uit waarop je probeert ontlasting te krijgen. Ga bijvoorbeeld na het ontbijt rustig de krant lezen op het toilet. Het is ook belangrijk meteen naar het toilet te gaan wanneer je aandrang voelt. Ontlasting te lang ophouden, kan eveneens leiden tot verstopping.

 

5.        Vermijd te hard persen.

Probeer je zoveel mogelijk te ontspannen op het toilet. Vermijd te hard persen want zo werk je aambeien in de hand. Wanneer het niet makkelijk lukt, probeer je het beter op een later tijdstip opnieuw.

 

6.        Wees voorzichtig met laxeermiddelen.

Laxeermiddelen – ook de zogenaamd natuurlijke middelen op basis van sennepeulen of aloë vera – kunnen op de duur de darmen beschadigen en de verstopping nog verslechteren. Bovendien maken laxeermiddelen de darmen lui, zodat je lichaam  uiteindelijk niet meer zonder deze medicatie kan om tot een vlotte stoelgang te komen.

 

 

Kadertje2

@TTITEL: Voedingsmiddelen voor een vlotte transit!

@BODY:

 

-         Prebiotica – waarvan yoghurt de bekendste is – zijn natuurlijke vezels die afgebroken worden in de dikke darm en de darmflora verbeteren. Elke dag een potje (gewone) yoghurt bevordert dus een goede darmtransit!

Prebiotica mag je niet verwarren met probiotica, dit zijn levende, goede bacteriën die aan sommige voedingsmiddelen worden toegevoegd.

-         Knoflook, uien, prei, asperges,schorseneren, artisjokken

-         Kook, koolraap

-         Radijsjes, mierikswortel

-         Vijgen, bananen, aardbeien

-         Druiven, blauwe bosbessen, pruimen

-         Peulvruchten

-         Pepers

-         Mosterd

-         Melk

 

 

DOOR: CAROLINE STEVENS - Goed Gevoel 2010

 

 

 

 

 

 

10:55 Gepost door Reportarcaroline in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |  Facebook |

Voedsel voor je brein

Beter presteren dankzij de juiste voeding

 

VOEDSEL VOOR JE BREIN

 

 

Je wilt uitblinken in je werk, het geheugen van je kinderen stimuleren of het concentratievermogen van je partner aanscherpen? Dankzij een verstandige voeding wordt dit mogelijk. Deze 10 voedingsstoffen zijn echt onmisbaar om je hersenen optimaal te laten functioneren!

 

 

Opdat onze hersenen het beste van zichzelf zouden geven en om onze intellectuele vermogens (het denken, concentratie, geheugen,…) te stimuleren, speelt het dagelijks menu een belangrijke rol. Ons lichaam heeft immers bepaalde bestanddelen nodig - suikers, vetten,  vitaminen en mineralen,…-  om goed te kunnen functioneren. Want alhoewel onze hersenen slechts 2% van ons totale lichaamsgewicht uitmaken, verbruiken zij in hun eentje zowat 20% van onze dagelijkse energiebehoefte. Sla je je ontbijt over of eet je gewoon onvoldoende? Dan zal je enkele uren later je prestaties met ruim 15% zien dalen!


Brandstof voor onze hersenen

 


We moeten er ook over waken dat onze bloedsuikerspiegel redelijk constant blijft, om hypoglycemie (te lage bloedsuikerspiegel) te voorkomen, onmiskenbaar één van de belangrijkste vijanden voor ons IQ. Bovendien zouden we op regelmatige tijdstippen moeten eten en kiezen voor voedingsmiddelen met een lage ‘glycemische index’.

Sommige voedingsmiddelen doen de bloedsuikerspiegel sneller stijgen dan andere. De graad van stijging wordt de ‘glycemische index’ genoemd.  Geconcentreerde suikers, verwerkt in snoepgoed en frisdranken, hebben een hoge glycemische index en worden best zo weinig mogelijk gegeten. Koolhydraten zoals volkorenbrood, aardappelen, rijst en deegwaren hebben een lage glycemische index en zijn dus waardevoller voor ons lichaam

De belangrijkste brandstof van onze hersenen zijn dus vetten en suikers. Maar het zijn uitgerekend deze voedingsstoffen die het eerst geschrapt worden bij allerhande diëten… Dit is fout! Het is bewezen dat het brood dat we bij het ontbijt verorberen, de hersenen in staat om goed te functioneren tot ’s middags! Voor een beter geheugen, meer concentratie en alertheid is het dus belangrijk afwisselend en gezond te eten. En is het niet slecht om te weten welke voedingsmiddelen specifiek een invloed hebben op je hersenen.

 

 

@TTITEL: 10 voedingsmiddelen voor je brein!

 

1.        Zeevruchten

Jodium regelt vooral de schildklierwerking en deze is  op zijn beurt noodzakelijk voor de algemene werking van het metabolisme. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie is jodiumtekort de belangrijkste oorzaak van hersenbeschadiging. Jodium is dus een onmisbare stof die onze hersenen voedt. De grootste bronnen van jodium zijn de voedingsmiddelen die uit de zee komen: vooral zeevruchten, schaaldieren en vis. 

Bron van: jodium, eiwitten, vitamine B12

De juiste hoeveelheid: minimaal eenmaal per week 200 g.

   

2.        Brood

Brood – vooral bruin brood - bevat veel trage suikers. Dit zijn suikers die langzamer in ons bloed terechtkomen en ons lichaam voorzien van energie. Brood is dus goed voor de hersenen: ons brein verbruikt immers een groot deel van onze dagelijkse energiebehoefte.

Bron van: trage suikers

De juiste hoeveelheid: aantal boterhammen per dag:

-         Kinderen tot 4 jaar: 1 à 3

-         Kinderen tussen 4 en 12 jaar: 3 à 5

-         Jongeren van 13-21 jaar: 5 à 8

-          Volwassenen: 5 à 7

 

 

3.        Chocolade

Pure chocolade bevat de stof fenylethylamine. Deze stof zit ook in de hersenen. Mensen die vaak neerslachtig of depressief zijn, hebben waarschijnlijk een tekort aan deze stof. Daarnaast bevat chocolade ook flavonoïdes, dit zijn pigmentstoffen die mensen beschermen tegen hart-en vaatziekten. Omdat de bloedtoevoer naar de hersenen uitermate belangrijk is, is vooral fondant chocolade dus goed voor je brein. 

Bron van: magnesium, antioxidanten

De juiste hoeveelheid: Niet meer dan 1 à 2 kleine stukjes fondantchocolade per dag (omwille van de verzadigde vetten en suikers!).

 

4.        Spinazie en aanverwante groenten

Groenten uit de spinaziefamilie bevatten veel vitamines A, B, C, E en mineralen (koper, zink, selenium). Deze stoffen zijn belangrijk bij de overdracht van boodschappen van de zenuwen naar de hersenen.

Bron van: vitamines en mineralen

De juiste hoeveelheid: 1 tot 2 maal per week 200 g,, afgewisseld met andere groene groenten (waterkers, veldsla,…)

 

5.        Kiwi

Kiwi is een erg gezonde fruitsoort omwille van de enorme hoeveelheid vitamine C die ze bevat. 1 kiwi per dag volstaat om aan onze dagelijkse behoefte vitamine C te voldoen. Bovendien bevat kiwi ook veel polyphenolen, een stof die bekend staat als antioxidant.

Bron van: vitamine C, antioxidanten, kalium

De juiste hoeveelheid: 1 kiwi per dag, bij voorkeur ’s morgens.

 

6.        Lever

Lever en leverproducten (levertraan) bevatten van alle soorten vlees de meeste vitamines en mineralen. Lever bevat erg veel ijzer,  een mineraal dat bijdraagt tot het transport van zuurstof van de longen naar alle lichaamscellen. IJzer verbetert onze intellectuele capaciteiten (aandacht, geheugen, concentratie). Een langdurig ijzertekort kan leiden tot bloedarmoede en vermoeidheid, duizeligheid en/of hoofdpijn veroorzaken. Als je helder van geest wilt zijn, is ijzer dus onmisbaar!

Bron van: eiwitten, ijzer, vitamine B

De juiste hoeveelheid: 1 maal per week 150 g.

 

7.        Pruimen

Pruimen is een fruitsoort die erg rijk is aan antioxidanten, vezels en vitamines. Vitamine B1 speelt een rol bij de vertering van koolhydraten en bij de overdracht van prikkels van zenuwen. Vitamine B6 reguleert de werking van bepaalde hormonen. Vitamine B12 speelt een rol bij de celdeling. Al deze elementen zijn belangrijk voor een goede werking van de hersenen. Bovendien bevatten pruimen ook suikers die energie leveren.

Bron van: vitamine B, suikers

De juiste hoeveelheid: 2 of 3 per dag.

 

8.        Peulvruchten

Peulvruchten zijn rijk aan voedingsstoffen zoals zetmeel (koolhydraten), eiwitten, vitamine B en ijzer. Tevens bevatten peulvruchten veel voedingsvezels.

Koolhydraten voorzien ons lichaam van energie. Als je hersenen onvoldoende brandstof krijgen, word je sloom en kan je je niet goed meer concentreren. Eiwitten zijn dan weer de bouwstoffen van onze lichaamscellen. Eiwitten zorgen ervoor dat nieuwe cellen worden opgebouwd en beschadigde cellen zich herstellen.

Bron van: koolhydraten en eiwitten

De juiste hoeveelheid: 2 tot 3 maal per week 60 g linzen, erwten of gedroogde bonen.

 


9.        Eieren

Eieren hebben soms een kwalijke reputatie maar dit is volkomen onterecht! Eieren zijn immers rijk aan choline en lecithine, twee voedingsstoffen die belangrijk zijn voor de hersenen. Choline is belangrijk voor de ontwikkeling van de hersenen en hersenfuncties. Lecithine verbetert de vertering en transport van vetten en heeft daardoor een positieve werking op het metabolisme. Lecithine verbetert eveneens het geheugen en het leervermogen.

Bron van: eiwitten

De juiste hoeveelheid: maximaal 5 per week. Mensen met een te hoge cholesterol vragen best advies aan hun arts.

 

10.    Vis

Vis bevat erg veel onverzadigde vetzuren, vooral bekend onder de naamomega-3. De hersenen zijn, na het vetweefsel, de meest vette organen van het menselijk lichaam. De celwanden bevatten vooral omega-3, omega-6 en cholesterol. Omega-3 zorgt voor een soepele werking van de cellen, zodat bepaalde stoffen (vb.serotonine) vlot worden aangemaakt. Omega-3 helpt tegen de afbraak van hersencellen en bevordert de aanmak van nieuwe cellen. Omega-3 behoort tot de goede vetten, die onze hersenen voeden en de neuronen beschermen. Omega-3 leidt dus tot meer leermogelijkheid en een betere weerstand tegen stress.

Wil je voldoende omega-3 binnenkrijgen, dan zou je elke dag 230 g vette vis of 860 g witte vis moeten eten. Maar de meeste Belgen consumeren amper 50% van de dagelijkse dosis goede vetten die ons lichaam  nodig heeft.

Bron van: omega-3, mineralen (selenium, jodium) en eiwitten.

De juiste hoeveelheid: twee maal per week 200 g uit vette vissoorten (sardines, makreel, wilde zalm,…)

 

 

DOOR: CAROLINE STEVENS

 

Bronnen:

-         ‘La nouvelle diétique du cerveau’ (Jean-Marie Bourre, Académie de Médecine, Frankrijk)

-         ‘Van Freud tot omega-3’ door Prof.Michael Maes, Maes-kliniek Antwerpen

-         e.a.

 

Goed Gevoel - juni 2010

10:43 Gepost door Reportarcaroline in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |  Facebook |

11-05-10

Oude stripverhalen "Priba" gezocht!

Wie heeft thuis nog de tijdschriften "Kiezen" of "Choisir" liggen uit de jaren '60? Deze werden uitgegeven door het warenhuis "PRIBA"? Ik heb er 1 exemplaar van , en zoek nu de andere. Verder zoek ik nog tijdschriften als Renault Junior , Corso , Centra , Paddy. Dit zijn striptijdschriften uit de jaren '50 en '60 waar
in ook veel reklame stond. Je mag mij ook altijd contacteren als je andere oude striptijdschriften , stripverhalen of stripcuriosa hebt liggen. Alvast bedankt voor het snuffelen op zolder !!!!


U kan mij steeds bellen op mijn nummer 0475/38 48 01

13:03 Gepost door Reportarcaroline in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |  Facebook |

05-05-10

Allergisch aan pollen?


10 planten en bomen die je beter kan mijden!

 

 

Na zo’n lange winter snakken we allemaal naar  een stevige wandeling in de natuur. Maar voor mensen met een pollenallergie is dat niet altijd een pretje: tranende ogen, loopneus, niesbuien… maken dat de lol er soms snel af is. De meeste pollenallergieën worden veroorzaakt door planten en bomen in je directe omgeving. Wij zetten de 10 belangrijkste allergie-uitlokkers op een rijtje!

 

1.        AMBROSIA

Ambrosia is een plant die oorspronkelijk niet in de Lage Landen voorkomt. De jongste jaren rukt de plant - waarschijnlijk onder invloed van de klimaatsveranderingen – echter op in België. Dit is zorgwekkend omdat de pollen of stuifmeelkorrels van ambrosia wereldwijd de belangrijkste oorzaak is van hooikoorts. Zowat 75% van alle mensen die allergisch zijn aan pollen, reageert sterk op ambrosia.

 

Waar?

In landelijke gebieden, weilanden en aan de kant van de weg of rivieroevers.

 

Piek?

Zomer en herfst.

 

 

2.        CEDER

 

Wanneer mensen lang en intens aan bepaalde allergenen (dit zijn onschadelijke antistoffen waarop sommige mensen allergisch reageren) worden blootgesteld, kunnen zij allergisch worden. In Japan bijvoorbeeld - waar de ceder volop gecultiveerd wordt - komen allergieën voor cederpollen frequenter voor. Vergelijkend onderzoek tussen de stad en het platteland toont aan dat in de stad meer mensen aan cederpollenallergie lijden dan op het platteland. De vervuilde cederpollen in de stadslucht blijken sneller aan te zetten tot allergische reacties.

 

Waar?

De bergceder komt, zoals de naam zegt, enkel voor in berggebieden. In ons land worden ceders vaak aangeplant in stadsparken.

 

Piek?

Vooral in de lente.

 

 

3.        RAAIGRAS

Raaisgras (Lolium) behoort tot de grassenfamilie en deze planten geven vaak aanleiding tot allergische reacties.

 

Waar?

Op droge, koele weilanden, graslanden en in perkjes.

 

Piek?

Vooral tijdens de hoogzomer.

 

 

4.        ESDOORN

De esdoorn is ook in ons land een populaire sierboom. Maar mensen die gevoelig zijn aan hooikoorts, kunnen deze dus beter niet in hun tuin planten!

 

Waar?

In bossen en aan rivieroevers.

 

Piek?

In de vroege lente.

 

 

5.        IEP of OLM

De iep – ook wel olm genoemd – is een loofboom. De bladeren hebben een gezaagde bladrand, die enigszins lijken op die van een haagbeuk.

 

Waar?

Iepen groeien bij voorkeur op tamelijk voedselrijke, vochthoudende en kalkrijke grond. Vooral de Hollnadse iep wordt vaak aangeplant in kustprovincies omdat hij goed bestand is tegen de zilte zeewind.

 

Piek?

In de lente en begin van de zomer.

 

 

6.        MOERBEI

Bloeiende bomen produceren niet de meeste allergenen. Een bloeiende kersenboom is niet alleen prachtig maar veroorzaakt over het algemeen weinig allergieën. Maar de moerbeiboom maakt hierop een uitzondering en is dus wel een allergie-uitlokker!

 

Waar?

In bossen en valleien, en in veel Vlaamse tuinen of parken!

 

Piek?

Van ’s winters tot ’s zomers.

 

 

7.        PECANNOTELAAR

De pecannotelaar is een hoge boom uit de okkernootfamilie. De vruchten (pecannoten) zijn langwerpige, ovale nootvruchten. De schil heeft een roodbruine kleur met donkerbruine strepen. De pecannoot heeft een zoete smaak en past prima in allerlei gerechten. Maar in streken waar deze boom vaak voorkomt, komen ook meer allergieën voor.

 

Waar?

In wouden.

 

Piek?

Deze notalaar verspreidt de meeste pollen in de vroege lente.

 

 

8.        EIK

De eik mag dan wel een beetje onze nationale trots zijn, hij is niét de goede vriend van allergielijders!

 

Waar?

Zowat overal in België vind je eiken in stadsparken en/of loofwouden.

 

Piek?

Tijdens de lente.

 

 

9.        PAPEGAAIKRUID

Papegaaikruid is een gewas –een onkruid – dat  resistent is geworden aan onkruidbestrijdingsmiddelen en komt bijgevolg steeds vaker voor in onze regio.

 

Waar?

Steeds vaker te vinden in velden en grasbermen.

 

Piek?

Vanaf de lente tot aan het begin van de herfst.

 

10.    CIPRES

In het zonnige zuiden doen cipressen het veel beter dan in ons land, en dat is enkel goed nieuws voor allergielijders! Want de pollen van cipresbomen veroorzaken liefst zeven maanden lang allergische reacties!

 

Waar?

In landen met een warm en zonnig klimaat.

 

Piek?

Tijdens de zomermaanden.

 

 

Goed om weten…

Schimmels zijn wel geen planten of bomen – het zijn zwammen! – maar ze horen toch thuis in ons lijstje. Want wanneer je allergie vooral tijdens de herfstmaanden opduikt, zou dit wel eens te wijten kunnen zijn aan de aanwezigheid van schimmels! Je vindt ze op vochtige plekken in de tuin of op boomstronken in de bossen.

 

kaderstukje

Tips!

 

Wanneer je een pollenallergie hebt, is het nuttig enkele tips in acht te nemen voordat je een frisse neus haalt!

 

-         Ga tijdens de zomermaanden bij voorkeur niet wandelen bij valavond. Aan het eind van de middag gaat de wind meestal liggen, waardoor er nog meer stuifmeel uit hogere luchtlagen naar beneden zakt.

-         Regen spoelt stuifmeel uit de lucht. De uren na een regenbui zijn dus ideaal voor mensen met een pollenallergie!

-         Langs de kust bevat de lucht weinig stuifmeel, vooral bij wind die van over zee komt.

-         Houd pollen zoveel mogelijk buiten. Lucht uw huis ’s morgens vroeg en houd ramen in de namiddag dicht: dan zweven buiten veel pollen rond.

-         Vermijd op dagen met veel pollen zware lichamelijke inspanningen.

 

@DOOR: CAROLINE STEVENS

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

16:01 Gepost door Reportarcaroline in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |  Facebook |

19-01-10

Slachtoffers verkrachting gezocht

Voor een reportage in Goed Gevoel zoeik ik slachtoffers van verkrachting (geen incest, vermits het hier om een heel andere problematiek gaat) die willen getuigen over deze gebeurtenis en het verwerkingsproces. Interview kan anoniem en ik beloof een serene aanpak!

Caroline

 

12:25 Gepost door Reportarcaroline in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |  Facebook |

08-01-10

‘Flexitariër’ Mark Bittman promoot een nieuwe trend in de voeding

Er komt een nieuwe voedingstrend overgewaaid uit de Verenigde Staten: de flexitarische keuken. Culinair journalist en tv-icoon Mark Bittman (59) is een levende reclame voor deze andere manier van eten: ‘Sinds twee jaar eet ik minder vlees en meer plantaardig. En ik voel mij gezonder dan ooit!’

 

 

@VRAAG: Waarom besloot u enkele jaren geleden om anders te gaan eten?

@ANTWOORD: Ik ben al meer dan 30 jaar culinair journalist. Ik hou dus van lekker eten. Maar dat eiste zijn tol. Twee jaar geleden woog ik bijna 25 kilo méér dan op mijn dertigste. Ik kreeg ook gezondheidsproblemen: overgewicht, hoge bloeddruk, een ongezonde bloedsuikerspiegel, etc. Ik besefte dat ik mijn eetpatroon moest veranderen als ik gezond oud wilde worden.

 

@VRAAG: Wat was er dan zo verkeerd aan je  eetgedrag?

@ANTWOORD: ‘Mijn grootste probleem was dat ik – zoals veel mensen -  gewoon te véél at. En vooral te veel vlees en vetten! Vlees bevat veel calorieën en maakt je dus dik. Bovendien hebben mensen vlees niet echt nodig om te overleven. Meer zelfs: te veel vlees eten, is ongezond! Er zijn wetenschappelijke bewijzen dat overconsumptie van vlees het risico van welvaartsziekten zoals overgewicht, diabetes type2, hart-en vaatziekten en bepaalde kankers vergroot.

 

@VRAAG: Als dat het probleem is, kan je toch net zo goed gewoon vegetariër worden?

@ANTWOORD: Dat is juist. Maar ik hou gewoon té veel van vlees om dat volledig uit mijn voeding te schrappen. Dus besloot ik om gewoon minder vlees en meer plantaardig voedsel te eten. Overdag eet ik uitsluitend vegetarisch: groenten, fruit, granen, peulvruchten,… Maar bij het avondeten kies ik wel soms nog voor een stukje vlees, vis of gevogelte. Ooit noemde ik mezelf in een column een flexibele vegetariër. Zo ontstond de term flexitariër. Eigenlijk komt er gewoon op neer dat ik vegetariër ben tot zeven uur ’s avonds omdat ik niet over voldoende discipline beschik om fulltime vegetariër te worden. (lacht)

 

@VRAAG: Inmiddels zijn reeds veel Amerikanen gewonnen voor jou flexitarisme…

@ANTWOORD: Ik denk dat mensen zich steeds bewuster worden van het belang van een gezonde voeding. Bij de meeste Amerikanen bestaat zowat  90% van hun dagelijkse voeding uit vlees, dierlijke producten, junk-en fastfood. Europa volgt stilaan ons voorbeeld. Het is belangrijk dat mensen die verhouding veranderen en minder vlees gaan eten.

Bovendien is er de jongste jaren veel aandacht voor het probleem van de opwarming van de aarde. De veeteelt is verantwoordelijk voor maar liefst 18 procent van de totale uitstoot van broeikasgassen. Wereldwijd sneuvelt voor vleesconsumptie jaarlijks drie miljoen hectare bos. Jaarlijks worden 16 biljoen (!) dieren gedood voor de vleesindustrie. Het is dus van groot belang om die overconsumptie van vlees in te dijken. Dat zal het milieu, de dieren en onze gezondheid ten goede komen.

 

@VRAAG: Was het moeilijk om je eetpatroon te veranderen?

@ANTWOORD: Helemaal niet. Ik besloot bijna van de ene dag op de andere om overdag enkel plantaardig te eten. Alleen ’s avonds at ik nog een stukje vlees. Het begon eigenlijk als een experiment: zou ik dat wel kunnen? Maar na twee weken was ik – zonder moeite – reeds 7 kilo afgeslankt. En ik had geen enkel moment het gevoel gehad dat ik op dieet was of zo. Nu eet ik al twee jaar flexitarisch. Ik heb mijn vleesconsumptie met 60 à 70 procent verminderd. En ik voel mij gezonder dan ooit.

 

@VRAAG: Mis je de vleesmaaltijden niet?

@ANTWOORD: Neen, het is een misvatting te denken dat vegetarische keuken saai en eentonig is. Mijn ‘Dikke Vegetariër’ bewijst het tegendeel. Ook met vegetarische gerechten kan je eindeloos variëren. Bovendien vind je alle ingrediënten van vlees ook terug in andere plantaardige producten. Soms heb ik wel een lichte honger. De moderne mens is geprogrammeerd om regelmatig iets te eten en vaak grijpen we dan naar ongezonde snacks. Dat heb ik afgeleerd. Het is gezonder om af en toe eens te luisteren naar je natuurlijke hongergevoel. En als ik toch tussendoortjes wil, kies ik nu voor noten of fruit.’

 

@VRAAG: Je bent inmiddels een culinaire autoriteit in de Verenigde Staten. Wereldwijd werden meer dan 3 miljoen van je (kook)boeken verkocht. Hoe verklaar je het succes van jouw nieuwe levenswijze?

@BODY: Ik denk dat mensen op zoek zijn naar een gezondere levensstijl. En mijn voedingswijze bevat geen lijstjes met ‘verboden’ producten. Ik hou zelf niet van diëten met allerhande regeltjes waarbij gezegd wordt wat ik wel of niet mag eten. Ik verbied mensen niet om vlees te eten. Ik zeg alleen: probeer wat minder vlees en wat meer plantaardig te eten. Dat is simpel en makkelijk op te volgen. En je kan het zonder moeite levenslang volhouden. Bovendien willen de meeste mensen wel iets doen tegen de opwarming van de aarde en het dierenleed. Minder vlees eten, is daarvoor een goed begin.

 


 

 Tips van Bittman: zo word je een flexitariër

 

  1. Denk na voordat je iets eet. Word je bewust van wat je eet. Stel jezelf de vraag: heb ik dat echt nodig? Is er geen gezond alternatief?
  2. Leer koken! Eten in restaurants en zeker in fastfoodrestaurants bevat vaak té veel calorieën en is niet altijd evenwichtig. Door zelf te koken, bepaal je zelf wat er op je bord komt.
  3. Leer de smaak van vegetarische gerechten appreciëren. Ook als vegetariër kan je eindeloos combineren en genieten van lekker eten!
  4. Luister naar je natuurlijk hongergevoel. Als je toch iets wilt eten, kies dan voor gezonde tussendoortjes (noten, fruit, worteltjes of radijsjes, etc.)
  5. Verminder je vleesconsumptie. Start om te beginnen met een ‘veggiedag’ per week. Je zal merken dat het helemaal niet zo moeilijk is om minder vlees te eten.

 

 

Waarom flexitariër worden?

 

Er zijn goede argumenten om je vleesgebruik te verminderen:

-         Rood vlees (biefstuk) bevat naast belangrijke voedingsstoffen ook veel ongezonde vetten. Deze vetten werken overgewicht in de hand en zijn bovendien slecht voor hart-en bloedvaten.

-         Orgaanvlees (lever) bevat erg veel slechte cholesterol. Ook dit is slecht voor hart-en bloedvaten.

-         In de Europese Unie is vlees voor de consumptie onderworpen aan strenge regels. Er mogen geen hormonen meer gebruikt worden om de groei van het vee te stimuleren en ook het gebruik van antibiotica is aan banden gelegd. Maar in sommige andere landen mogen hormonen en antibiotica wel nog gebruikt worden.

-         Wanneer je in onhygiënische omstandigheden vlees eet, bestaat het gevaar voor besmetting met salmonella of de E-colli bacterie. Dit kan je voorkomen door het vlees goed te doorbakken.

 

Goed voor dier en milieu

 

-         De veeteelt is wereldwijd verantwoordelijk voor ongeveer één vijfde van de CO²-uistoot.

-         De 20 miljard landbouwdieren moeten gevoed worden. Eén derde van alle vaste grond ter wereld wordt gebruikt voor de teelt van veevoeder of om dieren op te laten grazen. Zeventig procent van de ontbossing van het Amazonewoud gebeurt voor de veeteelt.

-         Vleesproductie vereist enorm veel water. Voor een kilogram rundvlees heb je 15.000 liter water nodig. Voor een kilogram aardappelen slechts 150 liter.

 

Alternatieven voor vlees

 

Er bestaan verschillende voedingsproducten die als vleesvervanger kunnen dienen.

-         Vis is even eiwitrijk maar bevat ook gezonde vetten (omega 3 en 6).

-         Eieren zijn ideaal wat de hoeveelheid en soort eiwitten en vitamines betreft. Maar het eigeel bevat veel cholesterol.

-         De vegetarische vleesvervangers op basis van soja, tofoe, zuivel of tarwe lijken qua voedingswaarde en smaak erg op vlees.

-         Peulvruchten, noten en zaden bevatten naast eiwitten ook veel vezels en vitamine E.

 

 

 

Kies voor kwaliteitsproducten


‘Om goed te kunnen koken, is het ook bij de ‘flexitarische’ keuken belangrijk dat je producten kiest van de hoogste kwaliteit. ‘Deze maken echt het verschil voor de smaak van het gerecht’, zegt Mark Bittman. Hier volgen 8 ingrediënten die volgens hem niet mogen ontbreken:

 

1. Extra vergine olijfolie.

 

2. Parmigiano-Reggiano. De echte is de koning onder

de kazen.

 

3. Echte sojasaus. Op het etiket moet ‘gefermenteerd’

staan. Ingrediënten zijn soja, tarwe, zout, water en

bacteriën. Verder niets, en vooral geen plantaardig

eiwithydrolysaat of karamelkleurstof.

 

4. Yoghurt. Liefst volle melk, actieve culturen

en geen verdikkingsmiddel. Maar gebruik als

het moet halfvolle of zelfs magere yoghurt.

 

5. Gedroogde pasta. De meeste Italiaanse merken zijn goed.

 

6. Basmatirijst. Veel goede rijstsoorten worden buiten

het oorspronkelijke gebied geproduceerd, maar

de basmati uit India is nog steeds de beste soort.

 

7. Zout. Het hoeft geen zeezout te zijn; keukenzout is

prima. Als het maar geen jodium of andere additieven

bevat.

 

8. Zwarte peperkorrels. Zelf malen vlak voor gebruik

is echt het beste.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

RECEPTEN VAN MARK BITTMAN (zonder illustratie, boek bevat geen foto’s)

 
Recept 1

Gerstesoep met

seizoensgroenten

Voor: 4 personen

Tijd: 45 minuten

 

Ingrediënten:

2 eetlepels neutrale olie, zoals druivenpit- of maiskiemolie

1 ui, gehakt

1 eetlepel fijngehakte knoflook

zout en versgemalen zwarte peper

200 g parelgort

112 liter groentebouillon of water

1 kg wortelgroenten zoals raap, pastinaak, koolraap, wortel, knolselderij, vastkokende aardappel of een mix,

geschild en in blokjes van 1 cm

1 eetlepel gehakt vers salieblad of 1 theelepel gedroogde verkruimelde salie

 

Bereidingswijze:

Verhit de olie in een middelgrote kookpan op matig tot hoog vuur. Bak de ui - af en toe roeren - in 3 minuten zacht. Roer de knoflook erdoor, bestrooi met zout en peper en bak dan nog 1 minuut. Voeg de gerst toe en bak al roerend circa 5 minuten, tot hij aan de bodem kleeft. Roer de bouillon erdoor en breng aan de kook. Zet het vuur lager en laat het geheel afgedekt 10 tot 15 minuten sudderen tot de gerst zacht is. Zet het vuur weer matig tot hoog en voeg de wortelgroenten

toe. Breng aan de kook, zet het vuur laag, doe het deksel op de pan en kook de groenten en gerst in 15 tot 20 minuten zeer zacht. Roer de salie erdoor en

kook nog 1 tot 2 minuten. Proef, breng op smaak en

serveer.

 

 

Recept 2

Salade van geperste tofoe

Voor: 4-6 personen, als voorafje

Tijd: 20 minuten, plus 2 uur marineren

 

Ingrediënten:

450 g ‘pressed tofu’ of gewone stevige tofoe,

geperst

2 middelgrote tot grote winterwortels, geschrapt

2 grote stengels bleekselderij

2 eetlepel sojasaus

2 theelepel Chilipasta

4 eetlepels donkere sesamolie

 

Bereidingswijze:

Tofoe is een vleesvervanger op basis van sojamelk. Twee dingen zijn essentieel voor deze salade: koop bij voorkeur de droge, geperste tofoe (‘pressed tofu’, in natuurvoedingswinkels verkrijgbaar). Die is steviger

dan gewone tofoe. Ten tweede: laat de salade lang genoeg marineren. De tofoe kan dan de smaken van de dressing opnemen. Dit kost je geen extra tijd, maar vraagt wel een goede planning.

Snijd de tofoe in luciferdunne reepjes van 5 cm

lang. Rasp de wortels en bleekselderij. Klop alle vochtige ingrediënten door elkaar

Schep alles door elkaar en laat de salade minstens

2 uur in de koelkast marineren.

Schep alles vlak voor het serveren nog even door elkaar.

 

 

Recept 3

Balsamico-aardbeien met rucola

Voor: 4 tot 6 personen

Tijd: 15 minuten

 

Ingrediënten:

350 g aardbeien, zonder kroontje, doormidden

of in vieren

1 eetlepel balsamico-azijn plus meer indien nodig

versgemalen zwarte peper

80 g rucola

zout

1 eetlepel extra vergine olijfolie

 

Bereidingswijze

Doe de aardbeien met de azijn en zwarte peper in

een grote slakom en laat 10 minuten staan.

Voeg de rucola toe, bestrooi met zout en hussel.

Besprenkel met olijfolie en haal alles nog een laatste keer goed door mekaar. Proef, breng op smaak en serveer

 

 

 

@DOOR: CAROLINE STEVENS/ Goed Gevoel 2009

17:19 Gepost door Reportarcaroline in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |  Facebook |

Leven met… CVA

Liesbeth (26) was een dynamische, zelfstandige jonge vrouw toen zij in augustus 2008 plots getroffen werd door een hersenbloeding. ‘Ik vecht nog elke dag voor mijn terugkeer in de maatschappij’, zegt zij.

 

 

‘De avond voor de feiten was er geen vuiltje aan de lucht. Ik was nog met vriendinnen naar de Antiliaanse Feesten geweest. Maar de volgende dag - 11 augustus 2008 – werd ik tijdens het douchen onwel. Ik voelde achter mijn rechteroog plots een verschrikkelijk harde druk. Ik ben verpleegster van opleiding en wist meteen dat dit ernstig was. Ik dacht dat ik zou sterven en verwittigde mijn moeder en de huisarts. Dat is mijn redding geweest. Het laatste wat ik mij herinner is de aankomst van de ambulance. Daarna ging het licht uit…’

‘Ik was bijzonder snel in het ziekenhuis en uit een CT-scan bleek dat ik een zware hersenbloeding had gehad. Volgens de dokters was die ontstaan door een aneurysma, een aangeboren afwijking aan een slagader in de hersenen. Mijn hele leven had ik dus met een tikkende tijdbom in mijn hoofd rondgelopen zonder het zelf te weten. Tijdens een 4,5 uur durende operatie heeft de chirurg de defecte slagader hersteld en de bloeding kunnen stoppen. Maar pas na drie dagen ontwaakte ik uit de coma.’

 

Volgens de dokters zou ik nooit meer kunnen werken, autorijden, fietsen,…

 

 

‘Dat ontwaken uit de coma was voor mij zeer beangstigend. Ik werd wakker in een ziekenhuisbed en voelde dat mijn lichaam niet meer functioneerde. Ik was aan de linkerkant volledig verlamd. Een verpleger vertelde dat ik een hersenbloeding had gehad. Die eerste dagen heb ik vooral veel geweend. Ik was vijfentwintig, zelfstandig verpleegster, woonde alleen op een appartementje,… In één klap was ik alles kwijt! Nadat ik uit de coma kwam, werden mij slechts enkele dagen rust gegund. Want hoe sneller je na een beroerte met de revalidatie begint, hoe groter de kans op succes. De dokters waren aanvankelijk vrij somber in hun prognoses. Ze zeiden onomwonden dat ik nooit meer zou kunnen werken, autorijden, fietsen, enz. Maar ik heb vanaf het begin geweigerd mij bij dat harde verdict neer te leggen. Ik was vastberaden om te vechten tegen mijn ziekte. Voor mij kon de revalidatie niet snel genoeg van start gaan.’

‘Op mijn eigen verzoek werd ik overgebracht naar het revalidatiecentrum in Overpelt, waar ik mijn laatste stage deed. Vroeger had ik altijd als verpleegster aan het bed gestaan en plots was ik zelf patiënte. Het was moeilijk om die knop in mijn hoofd om te draaien. Maar ik had geen andere keuze. Ik kon niet meer bewegen, niet meer eten, niet meer stappen,… Ik moest helemaal vanaf nul alles terug aanleren.’

‘De chirurg zei: ‘Liesbeth, leg de lat hoog, dan geraak je het verst’. En dat heb ik steeds gedaan. In het revalidatiecentrum trainde ik de hele dag. Ik kreeg logopedie, fysiotherapie, ergotherapie,… In het begin gaf de revalidatie snel resultaten. Bij iedere kleine vooruitgang was ik euforisch: dan belde ik iedereen op om het goede nieuws te melden. Maar er waren ook dagen en weken dat ik nauwelijks verbetering voelde. Op zo’n momenten was de onvoorwaardelijke steun van mijn ouders, familie en vrienden erg belangrijk. Ik vergelijk zo’n revalidatie wel eens met bergbeklimmen. Soms sta je aan de rand van de berg en ben je zo uitgeput dat je wilt opgeven. Dan moet je jezelf motiveren om door te gaan. Ik zat regelmatig diep in de put maar vond toch telkens de kracht om door te zetten.’

 

 ‘Ik heb soms het gevoel dat mijn leven stilstaat’

 

‘Na een half jaar revalidatie mocht ik naar huis. Mijn vrienden hadden een verrassingsfeestje georganiseerd. Daar was ik echt niet goed van. Want sinds dat CVA ben ik ook veel emotioneler geworden. Als iets mij raakt, begin ik meteen te snotteren!’ (lacht)

‘Maar ik kon onmogelijk terug naar mijn eigen appartementje omdat ik voor veel zaken nog afhankelijk ben van anderen. Ik woon nu dus terug bij mijn ouders. Ondanks al hun goede bedoelingen heb ik het moeilijk met mijn verlies aan zelfstandigheid. Maar de band tussen ons en met mijn jongere broer is door mijn ziekte wel onverbrekelijk geworden. Zonder de steun vanuit mijn omgeving zou ik niet staan waar ik nu sta.’

‘Nu – bijna anderhalf jaar na de beroerte - revalideer ik nog altijd: elke dag een uur kinesitherapie, een keer in de week naar het fitnesscentrum,… Ik train nog dagelijks mijn hersenen om bepaalde vaardigheden terug aan te kunnen. Ik voel nog wel vooruitgang maar het gaat veel trager. Alhoewel men mij daarvoor gewaarschuwd had, is dat vaak frustrerend. Want ik zal pas helemaal tevreden zijn over mijn revalidatie wanneer ik terug zelfstandig kan wonen. Ik doe nu wel opnieuw dingen die men voor onmogelijk had gehouden. Maar dokters kunnen niet voorspellen hoever ik nog zal ‘terugkomen’. Bijna anderhalf jaar na de CvA begin ik stilaan te beseffen dat ik wellicht nooit meer de oude Liesbeth zal worden. De linkerhelft van mijn lichaam wil nog steeds niet goed mee, ik heb geheugenstoornissen, twee dingen tegelijk doen of snel reageren, lukt moeilijk. Sinds mijn beroerte heb ik al twee epilepsieaanvallen gehad en ik ben nog altijd snel vermoeid. Ik heb dus nog veel beperkingen. Maar ik weiger om in een hoekje te gaan zitten. Zelfmedelijden helpt je geen zier vooruit. Bovendien ben ik ervan overtuigd dat ik er met veel doorzettingsvermogen wel zal komen.’

‘Natuurlijk kijk ik nu helemaal anders tegen het leven aan. Ik leef meer van dag tot dag. Maar als ik zie hoe mijn vriendinnen trouwen, een huis kopen of zwanger worden, heb ik het toch vaak lastig. Want ik heb het gevoel dat mijn eigen leven stilstaat. Ik kan niet meedraaien in de maatschappij: mijn geest wil dat wel maar mijn lichaam sputtert tegen! En niemand kan op dit moment voorspellen hoe mijn toekomst er zal uitzien.’

 

 ‘Ik wil mezelf terug nuttig maken in de maatschappij’

 

‘Liefst van al zou ik later terug gewoon gaan werken. Want ook financieel heeft die CVA zware gevolgen. Vroeger verdiende ik goed de kost als zelfstandig verpleegster, nu leef ik van een invaliditeitsuitkering. Dat zou ik liever anders willen. Maar ik heb mij er stilaan mee verzoend dat ik wellicht nooit meer zelfstandig thuisverpleegster zal zijn. Dat was een harde noot om kraken want ik lééfde voor mijn job en voor mijn patiënten. Maar misschien kan ik later wel iets anders doen in de sociale sector. Want ik voel mij nog veel te jong om de rest van mijn leven te niksen. Ik wil mezelf nuttig maken in de maatschappij!’

‘In de toekomst wil ik ook lotgenoten bijstaan. Tijdens mijn revalidatie zocht ik zelf contact met de patiëntenvereniging ‘Stroke’. Ik heb daar veel aan gehad. Het was bemoedigend om CVA-patiënten te zien die al een stuk verder stonden in hun revalidatie. Bovendien is er nog altijd veel onwetendheid over CVA. Zeker jonge mensen staan er niet bij stil dat het ook hen kan overkomen. Misschien schrijf ik ooit wel eens een boek over mijn ervaringen om mensen daarvan bewust te maken.’

‘Ik ontken niet dat ik soms zit te piekeren over mijn toekomst. Zal ik ooit terug alleen wonen, een relatie hebben of moeder worden? Zulke vragen houden mij sterk bezig. Maar ik probeer niet te ver vooruit te kijken. Mijn eerste streefdoel is in januari een rijtest afleggen zodat ik opnieuw mag autorijden, desnoods met een aangepaste auto. Daar kijk ik echt naar uit zodat ik een stukje van mijn persoonlijke vrijheid kan herwinnen. Daarna wil ik meer huishoudelijke taken aanleren. En ik wil terug een job vinden. Toekomstplannen genoeg dus, ook al besef ik goed dat dit allemaal niet vanzelfsprekend zal zijn. Maar als ik het (foto)dagboek bekijk dat mijn ouders die eerste weken en maanden over mijn CVA hebben bijgehouden, besef ik welke lange weg ik reeds heb afgelegd. Daarom kan ik zo strijdlustig blijven. Want ondanks alles heb ik ontzettend veel geluk gehad. Ik lééf nog en ben vastberaden er het beste van te maken!’

 

 

 

 

 

Kaderstuk

 CVA, herseninfarct, hersenbloeding, beroerte, …

 

 

                   De harde cijfers

Iedere dag worden in België 52 mensen - of zo’n 19.000 personen per jaar - getroffen door een CVA. Ongeveer 1 op 5 patiënten overlijdt binnen één maand na de beroerte. De overige groep blijft vaak kampen met een onomkeerbare handicap.

 

                   Wat is een CVA?

CVA is de afkorting van cerebrovasculair accident en is de medische term voor een beroerte. De doorbloeding van de hersenen geraakt verstoord, waardoor de hersenweefsels schade kunnen oplopen en afsterven. Bij de niet-bloedige vorm van CVA  (80% van alle gevallen) spreekt men over een herseninfarct. Een bloedige CVA noemt men een hersenbloeding

 

                   Symptomen bij een CVA

De meest voorkomende symptomen zijn:

-         scheefhangende mond

-         éénzijdige verlamming van arm of been

-         geheugen- en concentratiestoornissen

-         problemen met taal (spreken, begrijpen)

-         vermoeidheid

-         duizeligheid

 

Wanneer een persoon één of meer symptomen vertoont, heeft hij/zij waarschijnlijk een beroerte. Bel dan het noodnummer 112. Indien de persoon binnen de 4,5 uur behandeld wordt, is de kans op herstel groter.

Via de FAST-test (Face, Arm, Speech, Time) leer je de symptomen van een CVA snel te herkennen. Doe de test op: www.herkeneenberoerte.be

 

Risicofactoren van CVA

Een hoge bloeddruk (hypertensie) is de belangrijkste oorzaak voor het ontstaan van een CVA. Andere risicofactoren zijn hartziekten, een te hoog cholesterolgehalte, diabetes, onvoldoende lichaamsbeweging, overgewicht, roken, alcoholisme, pil en hormonen. Niet-beïnvloedbare risico's zijn: leeftijd, geslacht en familiale aanleg.

 

                   Preventie van CVA

De beste bescherming voor uw hersenen is een gezonde bloeddruk. In ons land lijden ongeveer 2 miljoen mensen aan een te hoge bloeddruk. Vaak weten deze personen het zelf niet en blijft de ziekte dus voort sluimeren, wat kan leiden tot een beroerte. Hypertensie is nochtans goed te behandelen. Praat erover met uw arts voor het te laat is!

 

                   Gevolgen van CVA

De gevolgen van een beroerte kunnen worden verdeeld in:

-         lichamelijke: verlamming, incontinentie,…

-         emotioneel/gedragsmatige: geen rem op emoties, depressie,…

-         cognitieve: trager denken, geheugenzwakte, problemen met taal, moeite met meervoudige handelingen,…

 

De revalidatie richt zich op het terug aanleren van dagelijkse activiteiten zoals wassen, aankleden en eten. Daarnaast is er logopedie (spraak) en fysiotherapie (beweging).

 

 

NUTTIGE ADRESSEN

 

‘STROKE’, de Belgische Patiëntenvereniging tegen CVA

Secretariaat

Gilliam 7

2280 Grobbendonk

Email: info@strokenet.be

Website: www.strokenet.be  

Op deze site vind je ook adressen van een zelfhulpgroep voor CVA-patiënten in jouw buurt.

 

Andere links:

www.herkeneenberoerte.be

www.neuro.be/bsc

 

 

DOOR: CAROLINE STEVENS/Goed Gevoel 2009

17:14 Gepost door Reportarcaroline in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |  Facebook |

Blaasontsteking, een typische vrouwenkwaal


Ongeveer de helft van alle vrouwen krijgen minstens éénmaal een blaasontsteking (cystitis). Een blaasontsteking kan verscheidene oorzaken hebben, maar het probleem is gelukkig meestal makkelijk te verhelpen. ‘Vrouwen zijn door hun anatomie veel vatbaarder voor deze kwaal’, zegt uroloog Prof. Karel Everaert (UZ Gent).

 

 

@VRAAG: ‘Wat zijn de symptomen van een blaasontsteking?’

@ANTWOORD: ‘Een blaasontsteking is makkelijk te herkennen. De patiënt moet erg vaak gaan plassen (pollakisurie) en dat plassen lukt soms niet goed of geeft een brandende of stekende pijn. Ook kan de urine troebel zijn en sterk ruiken.’

 

@VRAAG: Wat is een blaasontsteking precies?

@ANTWOORD: ‘Een blaasontsteking is in 95% van de gevallen een gewone infectie van de urineblaas die veroorzaakt wordt door bacteriën. Meestal gaat het hier dan om de E-coli bacterie, een bacterie die normaal gesproken in je darmen aanwezig is. Bij vrouwen bevindt de aars zich op amper 5 centimeter van het plasgaatje. Rond het plaskanaal zijn veel E-coli bacteriën aanwezig. Bovendien is de plasbuis van de vrouw veel korter dan bij mannen. Dat verklaart meteen waarom vrouwen zoveel vatbaarder zijn voor deze kwaal. Via de plasbuis kunnen bacteriën  in de blaas terechtkomen. De blaas is heerlijk warm en dus een zeer geschikte omgeving voor bacteriën. Ze hechten zich aan de blaaswand en veroorzaken zo een ontsteking.’

 

@VRAAG: Klopt het dat seksuele contacten en hormonale veranderingen een blaasontsteking in de hand kunnen werken?

@ANTWOORD: ‘Dat klopt. Hormonale veranderingen spelen een zeer duidelijke rol. Wanneer vrouwen de menopauze voorbij zijn, produceren ze minder hormonen (oestrogeen) en worden ze gevoeliger voor infecties. Er zijn echt wetenschappelijke bewijzen dat vrouwen die na hun menopauze regelmatig blaasontstekingen krijgen, echt gebaat zijn bij een hormonale therapie. Wanneer je deze vrouwen 2 maal in de week hormonen geeft, bijvoorbeeld in de vorm van een po (ovule (suppo) die in de vagina wordt ingebracht, zie je dat de infecties drastisch verminderen. Uiteraard moet je dit enkel geven aan vrouwen die herhaaldelijk geplaagd worden door blaasontstekingen.’

‘Wat seksuele contacten betreft, wordt aan vrouwen dikwijls aangeraden om na het vrijen eens naar het toilet te gaan. Bij het vrijen kunnen immers soms een paar bacteriën via het plaskanaal omhoog geduwd worden tot in de blaas. Wanneer je de blaas daarna niet goed leeg plast, heb je een groter risico op infecties. Maar dit geldt vooral voor mensen die al een beetje gevoeliger zijn.’

 

@VRAAG: Zijn er nog andere risicofactoren?

@ANTWOORD: ‘Diabetespatiënten of mensen met een verminderde weerstand door bijvoorbeeld tumoren, aids, of bepaalde medicatie lopen een groter risico op blaasontstekingen. Maar er zijn ook vrouwen die ‘voorbestemd’ zijn: zij hebben een blaas die dol is op bacteriën. En er zijn ook darmbacteriën van bepaalde subfamilies die zich bijzonder graag vastzetten op de blaas. Als je in de darmen dus toevallig met zulke  bacteriën opgescheept zit, kan je makkelijker blaasontstekingen krijgen. Sommige bedrijven spelen hierop in door ‘goede’ E-coli’s als voedingssupplement aan te bieden. Maar de bewijskracht hiervan is bijzonder zwak en ik wil dit zeker niet naar voren schuiven als dé oplossing.’

‘Daarnaast zijn er nog een aantal anatomische factoren of aandoeningen die een blaasontsteking kunnen veroorzaken:

-         Urinaire reflux: door een (vaak aangeboren) afwijking wordt de urine uit de blaas teruggestuurd naar de nieren.

-         Urethradivertikel: een zakvormige uitstulping naast de plasbuis (urethra). Eenmaal dit zakje besmet, zal de man bij het vrijen met zijn penis de etter uit dat zakje duwen en een blaasontsteking veroorzaken. Ook zonder seksueel contact kan een divertikel vol  bacteriën en etter overlopen tot in de blaas. Een urethradivertikel kan operatief verholpen worden.

-         Blaasdivertikel: het gaat hier eveneens om een zakvormige uitstulping naast de blaas. Wanneer de patiënte gaat plassen, blijft er urine achter in dat divertikel. Als je denkt gedaan te hebben met plassen, loopt het divertikel terug leeg in de blaas. Daardoor is de blaas nooit helemaal leeg en dat kan eveneens infecties veroorzaken.

-         Blaasverzakking is niet echt de oorzaak van blaasontsteking. Maar een blaasverzakking kan er wel voor zorgen dat je je blaas niet meer volledig kunt leegmaken, en dat houdt dan wel weer een risico voor infecties in.

-         Urineverlies: veel vrouwen hebben in meerdere of mindere mate last van urineverlies. Urineverlies verandert de vagina, gaat daar kleine wondjes veroorzaken en andere kiemen genereren. Er moet dan gezocht worden naar de oorzaak van het urineverlies.

 

En tenslotte zijn er ook nog functionele factoren:

-         Een verkeerd plasgedrag: wanneer iemand zijn sluitspier bij het plassen niet goed opendoet, ontstaan er turbulenties in het plaskanaal tijdens het plassen. In plaats van urine uit het lichaam te drijven, kunnen deze turbulenties de urine naar boven stuwen. In dit geval kan de zogenaamde ‘bekkenbodemtherapie’ vaak een oplossing bieden. Dat is kinesitherapie waarbij aangeleerd wordt om de diepere spieren rond de urinewegen beter te gebruiken. Bij kinderen is aangetoond dat bekkenbodemtherapie zinvol is. Bij volwassenen is daar totnogtoe weinig studie rond gedaan.’

-         Een overactieve blaas: is een blaas die  voortdurend samentrekt. Iedere keer als de blaas samentrekt, perst die urine naar buiten. De patiënte wil (onbewust) dat urineverlies tegenhouden en gaat haar spieren samentrekken waardoor de urine tot aan de sluitspier komt. Maar rond de sluitspier en het plasgaatje zitten al die bacteriën. Wanneer de kramp overgaat, zuigt de urine als het ware enkele bacteriën mee terug naar de blaas. Dus ook een blaasdysfunctie kan blaasontstekingen uitlokken.’

 

‘Tot slot is er nog een veel minder voorkomend probleem. Zoals ik al zei, worden de meeste blaasontstekingen (> 95%) veroorzaakt door bacteriën. Maar er zijn uitzonderingen: er zijn ook mensen die ontstekingen krijgen zonder bacteriën. Dan spreekt men van interstitiële cystitis of IC. Deze vorm van blaasontsteking is helaas veel moeilijker te behandelen omdat antibiotica niet of nauwelijks helpen.’

 

@VRAAG: Welke risico’s houdt een blaasontsteking in?

@ANTWOORD: ‘Het grootste risico is dat de infectie niet beperkt blijft tot de blaas, maar dat de infectie gaat opstijgen naar de nieren. En dan kan je nierschade oplopen. Het is dus erg belangrijk om een blaasontsteking tijdig te behandelen.’

 

@VRAAG: Hoe wordt een blaasontsteking behandeld?

@ANTWOORD: ‘Je kan de blaasontsteking proberen ‘wegdrinken’ door minstens 2 liter water per dag te drinken. Maar in onze Westerse wereld wordt snel overgegaan tot het geven van medicatie. Het gaat dan om een korte antibioticakuur van een dag of drie. Meestal is het probleem hiermee opgelost.’

 

@VRAAG: Wanneer moet je een uroloog raadplegen?

@ANTWOORD: ‘Ik spreek tegen mijn eigen handel maar uit studies is gebleken dat veel onderzoek (CT-scan, MRI, cystoscopie,…) eigenlijk niet zo nuttig is. Enkel patiënten die steeds weerkerende infecties krijgen of bij wie blaasontstekingen systematisch gepaard gaan met koorts en nierinfecties is verder onderzoek nodig. Eigenlijk kan je al met 3-tal heel eenvoudige testen vaak een juiste diagnose stellen: een echografie, een uroflowmetrie en een plaslijst. Er kan de patiënte gevraagd worden een plaslijst aan te leggen: iedere keer als zij gaat plassen, moet dat genoteerd worden in een soort plasdagboek. Daaruit kan je afleiden hoe groot de blaas is, of er sprake is van een overactieve blaas of een bekkenbodemprobleem, etc. Daarnaast kan men de patiënte laten plassen in een flow-meter, dat is een toestelletje dat meet hoe en hoeveel je plast. In de meeste gevallen volstaan deze twee zeer kleine en pijnloze onderzoeken om een juiste diagnose te stellen.’Een echografie leert iets over anatomische afwijkingen en bv blaas- of nierstenen. Enkel in zeer hardnekkige gevallen worden meer invasieve of duurdere onderzoekingen uitgevoerd zoals de CT-scan, een MRI, een cystoscopie,…

 

@VRAAG: Hoe kan men blaasontstekingen voorkomen?

@ANTWOORD: ‘Eigenlijk moet men trachten te vermijden dat er in de blaas bacteriën  terechtkomen die daar niet thuishoren. Het is duidelijk dat een vrouw met urineverlies iets moet doen aan dat probleem. Ook is het beter om bij het wassen van de vagina niet te veel zeep te gebruiken. Maar verder doen een veel fabeltjes de ronde. Zo mag je gerust een bad nemen of tampons gebruiken wanneer je een blaasontsteking hebt.’

‘Veel water drinken is de beste preventie tegen blaasontstekingen. Bovendien moet je echt op letten dat je voldoende vaak gaat plassen. Als je te weinig plast en de blaas overvol geraakt, kunnen daardoor kleine wondjes ontstaan die kunnen infecteren. Een normale plasfrequentie is 4 tot 7 keer op 24 uur.’

 

@VRAAG: Bestaan er ook ‘alternatieve’ middeltjes?

@ANTWOORD: ‘Wat écht zijn doeltreffendheid heeft bewezen als preventief middel zijn veenbessen of veenbessensap. Veenbessen bevatten een stof (mannose) waardoor de bacteriën zich minder snel aan de blaaswand zouden vasthechten.’

 

Caroline Stevens/ Goed Gevoel 2009

 

 

17:11 Gepost door Reportarcaroline in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |  Facebook |

07-01-10

Moorden Loksbergen en media

Ik ben al sinds '91 journaliste e heb nog altijd een grote liefde voor dit vak. Maar meer en meer begin ik toch te denken dat er iets schort... Vanmorgen hoorde ik op Radio 1 meester Walter Van Steenbruggen zeggen hoe schandalig de pers te werk is gegaan in zijn berichtgeving over de moorden in Loksbergen. En ergens heeft hij wel een punt. Als journaliste met een zéér uitgebreide ervaring op het werkterrein meen ik ook wat recht van spreken te hebben. Toen ik in '91 als journaliste begon voor het weekblad 'Blik' - wat voor een echte tabloid moest doorgaan - heb ik mezelf één regel voorgehouden: ik zou de deontologische regels die ik mezelf had opgelegd nooit overschrijden. Eén keer heb ik een pijnlijke uitschuiver gemaakt: onder druk van een flamboyante fotograaf had ik niet meteen gezegd wie ik was om bij ouders van een vermoord meisje binnen te geraken. Toen de vader tijdens het gesprek nogmaals terloops vroeg voor welk blad ik precies werkte, zei ik doodeerlijk: 'jBlik' en toen werd die man razendkwaad. Vanaf toen had ik het wel begrepen: ik zou altijd en overal eerlijk zeggen wie ik was, voor welk blad ik werkte en met welke bedoeling ik kwam. En - geloof het of niet - het is een regel die ik 12 jaar lang heb gehouden.

En ik heb daar nooit spijt van gehad. Soms heb ik door mijn eerlijkheid wellicht een verhaal mislopen. Maar andere keren leverde het mij ook juist een steengoed verhaal op. Gedurende de 12 jaar dat ik voor de tabloid 'Blik' werkte, heb ik alle kanten van de maatschappij gezien. Ik interviewde gewone mensen, prosituées,  politiemensen, politici, BV's,... Je kan het zo gek niet bedenken of ik moest er ooit wel een stuk over schrijven. En altijd gold die zelf opgelegde regel. Soms werd mij  'te softe' aanpak door de hoofdredacteurs bekritiseerd. Andere keren kreeg ik veel lof omdat ik juist door mijn aanpak een vertrouwensrelatie kon opbouwen die - op lange termijn - vruchten afwierp. Tijdens de zaak-Dutroux was ik één van de reporters die voor 'Blik' verslag uitbracht. Nu, na al de jaren, kan ik elke ouder nog steeds opbellen. Dat is iets waar ik trots op ben.

Maar anderzijds denk ik dat precies daar de kentering in de media  is gekomen.

Voor de zaak-Dutroux waren wij dikwijls de eerste - en meestal ookk de enige- reporters die echt ter plaatse gingen als er een misdrijf was gepleegd. Na de zaak-Dutroux hebben andere media onze aanpak nageäapt.

Het maakt mij dan ook wat kribbig dat ik destijds emmers vol kritiek heb moeten slikken van mensen die de zogezegde 'serieuze' media lazen en zelfs van mensen die voor deze serieuze media werkten. Ik zal nooit vergeten hoe ze mij soms minachtend bekeken omdat ik voor een '"sensatieblad" werkte. Nu zie ik diezelfde namen opduiken in de berichtgeving over de dubbele moord in Loksbergen. Met veel minder terughoudendheid dan wij destijds in 'Blik' over dergelijke zaken schreven, wordt nu de vuile was van de verdachten en slachtoffers breed uitgesmeerd. Dingen waar destijds op onze redactie oeverloos over werd gediscuteerd: 'Brengen we de volledige naam van de verdachte zolang hij niet bekend heeft?" zijn nu op de redacties van 'ernstige' kranten blijkbaar niet meer aan de orde. Amper enkele uren nadat een buurman was meegenomen voor verhoor - bij mijn weten was hij op dat moment nog lang geen verdachte - werd hij al aan de schandpaal gespijkerd. Niet met initialen met met zijn naam voluit en zijn foto niet afgebalkt of met een mozaïekje...

Ik merk een grote verschuiving in de media. Als er nu een moord wordt gepleegd, ontmoet je in de straat van de slachtoffers meer journalisten dan buurtbewoners! En dan stel ik mij wel eens de vraag: "waar blijven nu al di kriticasters van toen? Is het nu plots geen "sensatiejournalistiek" meer? Als ik in het vakblad voor Belgische journa;isten lees dat journalisten - die mij destijds minachtten omwille van het blad waarvoor ikw erkte - zelf door de deontologische raad op de vingers worden getikt omdat ze ouders van een vermoord kind op de dag van de feiten tot vier keer toe bleven belagen, dan denk ik: waar gaan we naartoe?

Ik werk nog steeds als journaliste, maar ben door omstandigheden niet meer actief in een reportageploeg of nieuwsteam. Toch geloof ik nog steeds dat ik op dezelfde manier - met respect voor de mensen - aan berichtgeving zou doen. Ik benader mensen nu nog steeds op exacte dezelfde manier als 20 jaar geleden. En ik schrijf mijn teksten nog altijd op dezelfe manier uit. Alleen werk ik nu niet meer voor een blad dat als 'sensatieblad' wordt omschreven en gaan alle deuren plots open. Dat frustreert mij wel eens omdat veel kritiek die ik en mijn Blik-collega's destijds moesten slikken, volkomen onterecht was. Blik was in zijn berichtgeving erg vooruitstrevend. Paul Jambers zal het niet graag horen, maar hij heeft het succes van zijn Jambers-reportages wel voor een groot stuk te wijten aan ons Blik-archief! Op de duur woonden zijn researchers bijna op onze redactie! En toen ik een keer opperde aan aan marketingmanager dat de kranten meer en meer in onze richting evolueerden, was het kot te klein. Maar als ik dezer dagen de kranten opensla, dan begrijp ik waarom de tabloid Blik moest verdwijnen. De "ersntige" media hebben onze plaats ingenomen...

 

18:02 Gepost door Reportarcaroline in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |  Facebook |

07-12-09

Biopunctuur

De 10 meest gestelde vragen over biopunctuur

 

 

Alhoewel biopunctuur al verscheidene jaren wordt toegepast, is deze ‘alternatieve’ geneeskunde in Vlaanderen nog altijd weinig gekend. Nochtans kan deze therapie een oplossing bieden voor allerhande kwalen omdat niet alleen de symptomen (pijn) worden bestreden, maar ook gezocht wordt naar de oorzaak van de klachten. Dokter Jutta Borms uit Melsele past al meer dan 10 jaar biopunctuur toe in haar praktijk. Voor Goed Gevoel geeft zij een antwoord op de meest prangende vragen rond biopunctuur.

 

1. Wat is biopunctuur?

‘Biopunctuur is een geneeswijze die bestaat uit het inspuiten van biologische producten op specifieke plaatsen, meestal onderhuids of in de spieren. Het is ontstaan uit een combinatie van fytotherapie (plantenextracten) en acupunctuur.’

 

2. Is er een vergelijking mogelijk met acupunctuur?

‘Alhoewel er bij acupunctuur en biopunctuur allebei gebruik wordt gemaakt van naalden, is er toch een duidelijk verschil. In de acupunctuur gaat men uit van een Chinese diagnose. Maar de biopuncturist stelt eerst een klassieke westerse diagnose en gaat dan op zoek naar de oorzaak van de lichamelijke klachten. Hoofdpijn bijvoorbeeld kan verscheidene oorzaken hebben: stress, hormonaal, nekklachten, overbelaste lever, etc. Al naargelang de diagnose zal ik de patiënt injecties geven in de pijnzone of op bepaalde triggerpunten. Een triggerpunt is een lichaamspunt dat pijn ‘op afstand’ geeft.’

 

 

3. Hoe werkt biopunctuur precies?

‘In feite komt het er op neer dat het lichaam zichzelf geneest. We gaan immers de natuurlijke genezingsmechanismes in het lichaam stimuleren. Dit gebeurt op verscheidene manieren:

-         de doorbloeding verbeteren

-         de weerstand versterken

-         een ontstekingsreactie opwekken om het natuurlijke genezingsproces op te starten

-         regelen van het hormonaal systeem

-         afvoeren van gifstoffen

-         regelen van het zenuwstelsel

De behandeling bestaat uit het injecteren van plantaardige extracten op specifieke plaatsen in het lichaam. De plaats van de inspuitingen is immers even belangrijk als de inhoud van het product. Omdat de oorzaak van een storing in het lichaam zich niet altijd bevindt op de plaats waar de pijn optreedt, wordt niet altijd ter plaatse ingespoten. Iemand met migraine kan bijvoorbeeld een ontregeling hebben in de buik (vb. lever) en niet in het hoofd. Dan worden de injecties in de buik gegeven.’

 

4. Is biopunctuur wel veilig?

‘Biopunctuur wordt enkel uitgevoerd door klassiek geschoolde artsen die daarvoor een speciale opleiding genoten en die de veiligheidsregels van biopunctuur  strikt volgen. De ampullen bevatten meestal geen hoge concentraties van actieve bestanddelen en voldoen aan de strengste veiligheidsnormen, zodat er geen risico is op ernstige neveneffecten, zoals in de jaren ’90 met de Chinese kruiden. Het gebruikte materiaal (spuit, naald) is natuurlijk steeds wegwerpmateriaal zodat de naald nooit in contact is geweest met een andere patiënt. Aldus is biopunctuur een veilige techniek.’

 

5. Waarom worden plantenextracten gebruikt?

‘In de klassieke geneeskunde wordt nog dikwijls cortisone gebruikt omdat dit medicijn op zeer korte termijn resultaten geeft. Maar veelvuldig gebruik van cortisone geeft ernstige neveneffecten: gevaar voor peesscheur, afbraak van kraakbeen, onderdrukking van de natuurlijke afweer. Natuurlijke bioproducten hebben dat niet. Veel gebruikte producten zijn valkruid (kneuzingen en spierpijnen), echinacea (weerstand verhogen) goudsbloem, kamille, etc. Er bestaan ook ampullen waarin een cocktail zit van verscheidene plantenextracten.’

 

6. Waarin verschilt de aanpak van een biopuncturist in vergelijking met de klassieke arts?

‘De klassieke dokter gaat vaak te weinig op zoek naar de oorzaak van de pijn maar onderdrukt de symptomen door medicatie. Pijn is dikwijls een alarmsignaal van het lichaam. Pijn wegslikken met een pijnstiller is alsof men het rood waarschuwingslampje in een auto negeert. Vroeg of laat krijgt je lichaam de rekening gepresenteerd.’

‘In de biopunctuur proberen wij de pijn uit het lichaam te krijgen. Bij een eerste contact laat ik de patiënt altijd uitgebreid zijn verhaal vertellen. Vaak gaat het om mensen die al een hele weg afgelegd hebben en een lange voorgeschiedenis hebben. Ik zoek naar de juiste (soms lang miskende) oorzaak van hun klachten. Pas nadat ik een diagnose heb gesteld, bepaal ik met welk middel en op welke plaats ik zal injecteren. De bioproducten worden – net als een klassiek medicijn – in de weefsels opgenomen. Maar omdat de biopuncturist heel lokaal prikt, heeft men een directer resultaat. Toch betekent dat niet altijd dat biopunctuur sneller werkt. Het gebruik van natuurlijke producten op verdunde basis betekent ook dat de injecties minder krachtig zijn dan injecties met bv. cortisone. Vandaar dat er dikwijls meerdere (2 à 3) nodig zijn voordat er verbetering optreedt. Hoe sneller je erbij bent, hoe beter. Mensen met jarenlange chronische pijn of klachten moeten niet verwachten dat ze na één behandeling van hun kwaal verlost zullen zijn. Maar biopunctuur tracht nu net het natuurlijke immuunsysteem te versterken zodat de volledige genezing mogelijk wordt.’

 

7. Geeft biopunctuur bijwerkingen?

‘Dikwijls treedt er enkele uren tot een dag na de injecties een verergering op van de klachten. Dit is niets om je zorgen over te maken. Het is een reactie van je lichaam op het vrijkomen van toxische stoffen en door het uitlokken van een nieuw genezingsproces in de behandelde regio. Eigenlijk is dit een ‘goede’ reactie ook al kan de patiënt tijdelijk wat meer pijn of hinder ondervinden.’

 

 

8. Een biopuncturist geeft zijn patiënt vaak eerst een zuiveringskuur. Waarom?

‘Mensen die heel vaak geopereerd zijn of reeds allerhande behandelingen hebben ondergaan, zijn vaak immuun geworden aan medicatie. Het lichaam is gewoon ‘vervuild’ en de lever vaak overbelast. Zo’n zuiveringskuur is dan echt geen overbodige luxe. Zo’n algemene ontgifting gebeurt via de lever, de nieren en de lymfevaten. Het kan op verscheidene manieren: homeopatisch via fytotherapie, via lymfedrainage, een gezonde voeding, etc.’

 

9. Wanneer kan biopunctuur nuttig zijn?

‘Biopunctuur wordt vooral toegepast bij functionele klachten zoals sportletsels (spierscheur, peestontstekingen, tenniselleboog) en allerhande gewrichtsklachten, nekpijn en rugpijn (discus hernie, artrose). Ook astma en allergieën, acute of chronische ontstekingen (sinusitis, bronchitis, blaasontsteking,…) evenals migraine reageren vaak goed op biopunctuur.’

 

10. Welke ziekten kunnen NIET behandeld worden met biopunctuur?

‘Bij louter psychische klachten zoals depressie of angsten heeft biopunctuur geen zin. Ook hyperventilatie, Südeck, psoriasis, fibromyalgie en chronische vermoeidheid reageren meestal niet goed op een biopunctuurbehandeling, maar hier kan o.a. neuraaltherapie of orthomoleculaire geneeskunde (vb. voedingssupplementen) een oplossing bieden. Ook voor mensen met te hoge bloeddruk, dementie, overgewicht, suikerziekte, aids, kwaadaardige tumoren of aangeboren afwijkingen, is biopunctuur niet aangewezen. Wanneer een ziekte te agressief of te ver gevorderd is (vb. kanker) kiest u beter voor een klassieke therapie.’

 

kaderstukje

@TTITEL: Waar kan je terecht voor biopunctuur?

Meer info en adressen van artsen die biopunctuur toepassen, kan je aanvragen bij de Belgische Vereniging voor Homotoxicologie – tel. 09/265 95 78



Door: Caroline stevens/Goed Gevoel, 2009

14:01 Gepost door Reportarcaroline in Algemeen | Permalink | Commentaren (3) | Email dit |  Facebook |

Liefde is... samen sterk!

Februari is de maand van de liefde. Maar waarom kies je uit miljarden mensen op deze aardbol precies voor die éne persoon? Wanneer besefte je dat hij/zij de man/vrouw van je leven is? En wat is de kracht van die relatie? Goed Gevoel laat drie ‘bijzondere’ koppels aan het woord.

 

 

 

Gellingen-slachtoffer Filippo (51) vroeg zijn vriendin Nathalie (41) in het brandwondencentrum ten huwelijk

 

 ‘Zonder Nathalie en de kinderen had ik deze lijdensweg niet overleefd’

Nathalie: ‘Filippo en ik waren al negentien jaar een koppel. Alhoewel we samen twee kinderen hebben, Joya (20) en Luca (13), was het er nooit van gekomen om te trouwen. Maar op 30 juli 2004 veranderde ons leven drastisch.’

Filippo: ‘Ik werkte als meestergast bij het bedrijf Diamond Boart en zat nog maar twee dagen op de werf in Gellingen. Opeens begon de aarde te beven en was er die enorme explosie. Wij voelden een verschroeiende hitte en begonnen in paniek te lopen. We stootten op een hoge afsluiting. Alles wat we aanraakten was gloeiend heet. Ik voelde mijn huid in blaren trekken en dacht slechts één ding: ‘ik wil hier niet sterven. Ik moet naar Nathalie en de kinderen!’

Nathalie: ‘Die ochtend belde mijn zus: ‘heb je het nieuws al gehoord? Er is iets gebeurd in Gellingen. Ik telefoneerde naar het hoofdkantoor van Diamond Boart. Daar gaf men ons de raad naar het ziekenhuis van Ath te gaan. Het zou bijna een halve dag duren voordat ik wist of Filippo nog leefde…’

Filippo: ‘Een voorbijganger had mij naar het ziekenhuis gebracht. Daar leek het wel oorlogsgebied. Iemand legde een natte deken over mij heen en toen verloor ik het bewustzijn. Ik zou pas vijf weken later terug bijkomen.’

Nathalie: ‘Filippo was over 45 procent van zijn lichaam derdegraads verbrand. Hij werd in een kunstmatige coma gehouden. Een psycholoog bereidde mij voor op de confrontatie. Maar toen ik Filippo daar zag liggen, helemaal ingepakt als een mummie… dat was echte horror! Slechts een deeltje van zijn hand was zichtbaar. Urenlang heb ik naast zijn bed gezeten en dat kleine plekje huid gestreeld. Ik had slechts één wens: dat Filippo het zou overleven. Het kon mij niet schelen hoe hij er zou uitzien, als hij het maar haalde…’ (geëmotioneerd)

Nathalie: ‘Wekenlang leefde ik op automatische robot. Ik moest voor de kinderen zorgen en tegelijkertijd wou ik zoveel mogelijk bij Filippo zijn. Want ik wou hem zien, tegen hem praten, hem aanraken,…Filippo  voélen, gaf mij troost.’

Filippo: ‘Het proces van ontwaken uit de coma, heeft bijna een week geduurd. De eerste dagen herkende ik Nathalie niet eens.’

Nathalie: ‘Elke morgen belde ik met angst in het hart naar het ziekenhuis. Want in de weken na de ramp bleef het dodental oplopen. In totaal zijn bij de ramp in Gellingen 24 mensen gestorven. Dan denk je: wij hebben nog geluk gehad…’ (stil)

Filippo: ‘Ik verbleef vier maanden in het brandwondencentrum en onderging 26 operaties. De totale revalidatie heeft ruim anderhalf jaar geduurd.’

Nathalie: ‘Op een dag – hij lag toen nog steeds in het brandwondencentrum – zei Filippo tegen mij: ‘het wordt nu toch eens tijd dat we gaan trouwen, hé?’ Alhoewel het niet het meest romantische huwelijksaanzoek was, was ik diep ontroerd. Toen wist ik zeker: wij komen hier samen door!’

Filippo: ‘Mijn revalidatie verliep met ups en downs. Ik heb het erg moeilijk gehad om mijn verminkte lichaam te aanvaarden. Ik ben fysiek ook veel beperkter geworden. Ik heb nog veel pijn en ben sneller uitgeput. Er is een leven vóór en nà Gellingen…’

Nathalie: ‘Dat is waar. Maar onze relatie is veel hechter  geworden. Wij beseffen nu zoveel beter wat we voor elkaar betekenen. Het is soms wel moeilijk want Filippo’s karakter is eveneens veranderd. Hij is prikkelbaarder geworden. Maar toch is het nog geen seconde bij me opgekomen om hem in de steek te laten. Daarvoor is de liefde veel te groot.’

Filippo: ‘Zonder Nathalie had ik deze lijdensweg niet overleefd. Zij en de kinderen gaven mij de kracht om te vechten.’

Nathalie: ‘Onze trouwdag, op 6 maart 2006, was een onvergetelijke dag boordevol emoties. Iedereen die ons gedurende al die tijd had gesteund, was erbij. Voor mij was dit huwelijk ook de bevestiging van onze liefde. Ik ben zó trots dat wij het als koppel hebben gehaald! Ik geniet nu meer van het leven dan vroeger. Ik besef dat je van iedere seconde moet genieten want het kan ieder moment afgelopen zijn.’

Filippo: ‘Ons gezin is door deze gebeurtenis onafscheidelijk geworden. We zijn bijna letterlijk voor elkaar door het vuur gegaan.’ (lacht)

 

 

Verhaal 2

 Terminale kankerpatiënt Kim (24) heeft een relatie met hartpatiënte Anneke (20)

 

‘Wij kunnen erg genieten van heel eenvoudige dingen’

 

Kim (onlangs te zien in het vrt-programma ‘Doodgraag Leven’ : ‘Ik was pas twintig toen bij mij een uiterst zeldzame neus- en keelkanker werd vastgesteld. Een half jaar lang onderging ik bestralingen en chemotherapie. Het was een zware periode. Ik had al twee jaar een vaste vriendin maar zij haakte af. Ik neem haar dat niet echt kwalijk: zij was jong, wilde uitgaan en feesten. Dat zat er voor mij plots allemaal niet meer in.

Overleven was mijn enige bekommernis… Na een half jaar kankerbehandeling was de tumor weg. Ik kon terug aan mijn toekomst beginnen denken. Ik probeerde opnieuw parttime te werken maar dat bleek fysiek toch te zwaar.’

Anneke: ‘In de zomer 2006 leerde ik Kim kennen via zijn jongerensite www.aslpage.be. Na een paar weken chatten, maakten wij een eerste afspraakje en het klikte meteen. Kim heeft mij meteen eerlijk over zijn kanker verteld. Natuurlijk ben ik geschrokken maar zijn ziekte is voor mij nooit een reden geweest om de boot af te houden. Want ik werd zelf geboren met een aangeboren hartafwijking en onderging reeds vier openhartoperaties. Ik wist dus wat het betekende om met fysieke beperkingen te leven. In zekere zin voelden wij mekaar daardoor juist erg goed aan.’

Kim: ‘Anneke en ik werden gewoon verliefd. En wij maakten net als iedereen toekomstplannen. Maar in de zomer van 2007 bleek dat de kanker zich had uitgezaaid naar mijn longen. Ik zou niet meer genezen. Met chemo en bestralingen kan men enkel trachten mijn leven te verlengen.’ (stil)

Anneke: ‘Natuurlijk heeft Kims ziekte een enorme impact op onze relatie. Je kan dat niet wegcijferen, hé? Maar wij hebben toch voor de liefde – en voor elkaar - gekozen.’

Kim: ‘Door onze gezondheidsproblemen maken wij ons allebei niet meer druk om futiliteiten. Onze tijd is te kostbaar! Het feit dat Anneke hartpatiënte is, maakt het tussen ons makkelijker. Wij begrijpen elkaar beter. Wij weten wat het betekent om zo vaak naar het ziekenhuis te moeten, kennen de spanning na een test, etc. En qua tempo passen wij ook goed bij mekaar. We weten allebei dat we niet aan zware, fysieke inspanningen moeten beginnen.’

‘Soms heb ik het er wel moeilijk mee dat Anneke voor een stuk ook mijn verzorgster is. Ik kan moeilijk alleen leven omdat ik lichamelijk te zwak ben. Dat frustreert mij. Tijdens goede periodes probeer ik voor haar dan ook die sterke partner te zijn op wie zij kan steunen.’

Anneke: ‘Zelf vind ik het heel normaal dat ik Kim help met een aantal dingen. Als je iemand graag ziet, is dat geen offer.’

Kim: ‘Soms is het moeilijk. Anneke durft weken op voorhand een uitnodiging aan te nemen, terwijl ik meer van dag tot dag leef. Maar meestal voelen wij ons goed bij dezelfde dingen. We delen dezelfde interesses en  zijn allebei het liefst van al gewoon thuis. En we kunnen erg genieten van kleine dingen. Dat heeft het leven ons wel geleerd. Soms wil ik wel met Anneke praten over mijn nakende dood. Maar zij ontwijkt dat onderwerp liever…’

Anneke: ‘Ik wéét wel dat er een moment komt dat ik Kim zal verliezen. Maar ik wil mij daar nu nog geen voorstelling van maken.’

Kim: ‘Onbewust nemen wij constant een beetje afscheid van elkaar. Op speciale dagen denk je: ‘misschien is dit wel de laatste keer.’ Maar we laten dat gevoel niet overheersen. Anderzijds maakt mijn terminale ziekte onze relatie juist zeer intens. Wij hebben nog de tijd om alles tegen elkaar te zeggen. Wanneer iemand abrupt sterft, is dat niet het geval.’

Anneke: (stilletjes): ‘Als Kim er niet meer is, zal tussen ons alles gezegd zijn.’

Kim: ‘Natuurlijk doet het pijn dat wij samen geen toekomst hebben. Dingen die voor andere koppels zo vanzelfsprekend zijn – samenwonen, werken, kindjes,… - zijn voor ons uitgesloten. Maar wij proberen daar op een laconieke manier mee om te gaan. Want wij weten niet hoeveel tijd mij nog rest. Dat kan een half jaar zijn, of langer. Dus maken wij er samen gewoon het beste van. Dàt is de kracht van onze relatie: wij houden het simpel! Wij genieten erg van kleine, eenvoudige dingen. Grote luxe hoeft voor ons niet. En dat is ook de boodschap die wij aan andere mensen willen uitdragen: zoek het geluk niet te ver.’

 

 

Verhaal 3

Angelique (33) en Gunter (32) trouwden, scheidden en hertrouwden

 

 ‘Wij doen nu veel meer moeite voor onze relatie’

 

 

Angelique: ‘Gunter en ik waren vijftien en veertien  toen wij een koppeltje werden. Na zes jaar verkering zijn we in augustus 1996 getrouwd. Na een tijdje begonnen wij te dromen over kinderen. Maar ik geraakte niet zwanger… Toen mijn schoonmoeder in ’98 een zware hersenbloeding kreeg, begon het in onze relatie fout te lopen. Gunter kon de situatie niet aan. Vijf jaar tevoren was hij in amper twee maanden tijd zowel zijn vader als broer (19) verloren. Hij had het gevoel dat iedereen die hij graag zag, hem ontnomen werd. En hij duwde ook mij steeds verder van zich weg. Dat leidde in 2000 tot een scheiding. Ik had het gevoel dat ik de liefde van mijn leven voorgoed kwijt was…’

Gunter: ‘We waren gedurende twee jaar uit elkaar maar hielden toch altijd op één of andere manier contact. Toen ik een zwaar voetbalongeluk kreeg en vier maanden lang moest revalideren, kwam Angelique mij elke dag helpen. Langzaam maar zeker bloeide onze liefde terug open. En in juni 2002 zijn we opnieuw gaan samenwonen.’

Angelique: ‘Dat was echt een nieuwe start voor ons. Wij hadden onze lessen getrokken uit het verleden en wilden niet meer dezelfde fouten maken van vroeger.

Maar we werden zwaar op de proef gesteld. Aan de geboorte van onze twee dochtertjes Ylenia (2) en Tjalina (°september 2008) ging een lange lijdensweg vooraf. Omdat ik niet op een normale manier zwanger kon worden, moesten we een hele vruchtbaarheidsbehandeling doorworstelen. Jaren van vervelende onderzoeken, hoop en desillusies, angst en onzekerheid. Uiteindelijk is het – goddank – toch gelukt Nu hebben we twee schatten van kinderen! Gunter en ik hebben vandaag allebei heel sterk het gevoel dat ons geluk compleet is.’

Gunter: ‘De kinderen hebben alles veranderd. Wij zijn allebei rustiger en huiselijker geworden. Wij leven nu veel meer in functie van de kinderen. Ik mis mijn vroegere vrijheid niet meer: je krijgt er zoveel voor terug! Mijn gezin komt nu op de eerste plaats. Dat was vroeger niet het geval.’

Angelique: ‘Maar ook als koppel zijn we veranderd. Wij kunnen nu veel beter praten met mekaar. Toen mijn vader stierf, heeft Gunter mij op een fantastische manier gesteund. En ook door die vruchtbaarheidsbehandeling zijn we nog sterker naar mekaar toe gegroeid.’

Gunter: ‘Wij hebben ook meer verantwoordelijkheden gekregen, hé. Wij hebben nu twee kinderen, een huis gebouwd,… Dan ga je toch wel twee keer nadenken voordat je dat allemaal in de weegschaal werpt.’

Anelique: ‘We zijn ook realistischer geworden in onze verwachtingen. Natuurlijk is die overweldigende verliefdheid er na achttien jaar niet meer. Dat heeft plaatsgemaakt voor een veel dieper gevoel van houden van. Maar wij maken nu ook veel bewuster tijd voor mekaar. Af en toe brengen wij de kinderen eens bij mijn moeder en trekken wij er een weekendje onder ons tweetjes op uit. Dat heb je nodig als koppel. Wij willen vermijden dat we onze relatie als té vanzelfsprekend gaan vinden. Wij weten nu zoveel beter wat we aan elkaar hebben en wat we voor elkaar voelen.’

Gunter: ‘De kracht van onze relatie is dat wij mekaar - na alles wat we samen doorgesparteld hebben - door en door kennen. Als er iets is, zal Angélique het onmiddellijk merken. En omgekeerd. Wij hebben geen geheimen meer voor elkaar.’

Angelique: Bij een relatie krijg je natuurlijk nooit een garantiebriefje. Maar ik weet wel heel zeker dat wij nu véél meer moeite zouden doen om onze relatie te redden. Want wij hebben al eens een scheiding meegemaakt, hé? Wij weten dus dat het gras niet altijd groener is aan de overkant. En je mag nooit vergeten waarom je destijds op elkaar verliefd geworden bent.’

 

@DOOR CAROLINE STEVENS

 

Goed Gevoel, februari 2009

13:58 Gepost door Reportarcaroline in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |  Facebook |

Aseksualiteit

Voor de meeste mensen is genieten van seks de normaalste zaak van de wereld. Maar niet voor iedereen: ongeveer 1% van de bevolking zou aseksueel zijn. Deze mensen verlangen niet naar seks en beleven er ook geen plezier aan. ‘Ik hield zielsveel van mijn partner maar alleen dat éne aspect – seks – wou niet lukken’, getuigt Els (23) over haar aseksualiteit.

 

 

“Eigenlijk heb ik een heel normale puberteit gehad. Ik werd – net als mijn leeftijdgenoten – verliefd en verlangde naar een vriendje. Maar toen ik op mijn zeventiende een ernstige relatie kreeg, werd seks plots een probleem. Ik vond er helemaal niets aan! In het begin denk je dat het een voorbijgaande fase is. Tenslotte was dit mijn eerste échte seksuele relatie. En ik was zo smoorverliefd op mijn vriend, dat ik instemde met seks om hem te plezieren. Maar het werd niet beter, integendeel.  Ik wou mijn vriend graag verwennen maar zijn aanrakingen deden me helemaal verkrampen. Ik blokkeerde letterlijk. Op een gegeven moment werd seks ook pijnlijk doordat ik zo gespannen was. Mijn vriend voelde natuurlijk dat ik vrijen niet prettig vond en toen was voor hem de lol er ook helemaal af. Op de duur kreeg ik echt een afkeer van seks en als er op televisie weer een seksscène was, keek ik gewoon weg.’

‘Natuurlijk ga je je dan afvragen wat er scheelt. In onze maatschappij wordt algemeen aangenomen dat er wel iets mis moet zijn met de relatie als het seksueel niet (meer) klikt. Maar mijn vriend en ik hadden echt een heel sterke band en verder was er ook niets mis met die relatie. Alleen dat éne aspect – seks – wou gewoon niet lukken. En het was meteen duidelijk dat het probleem bij mij lag…’ (stil)

‘Mijn vriend toonde zich erg begrijpend en deed alles om mij op mijn gemak te stellen. Het is ook niet zo dat ik bang ben voor intimiteit. Ik heb wel behoefte aan knuffels en soms zelfs aan zoenen, maar méér hoeft voor mij echt niet. Onze relatie kwam daardoor zwaar onder druk te staan. Mijn partner had immers wel normale seksbehoeftes. Hij kon erg opgewonden geraken in mijn nabijheid doch bleef meestal op zijn honger zitten. Dat wekte langs beide kanten frustraties op. Want ik begreep zelf ook niet waarom ik niet van seks kon genieten.’

‘Na een dik jaar hebben we - op aandringen van mijn vriend - professionele hulp gezocht. Voor mij was dat een erg moeilijke stap, maar de angst om mijn partner te verliezen was zo groot dat ik er echt wel iets aan wou doen. We gingen eerst naar een seksuologe. Dat was echter niet zo’n goede ervaring. Die therapeute overstelpte ons met theorie en toonde weinig begrip voor onze situatie. Op een gegeven moment verweet zij me zelfs dat ik mijn vriend aan het lijntje hield en dat ik hem niet echt graag zag. Ik was zó woedend en gekwetst! Waar haalde zij het recht vandaan om mij te veroordelen?’

 

‘Ik ging me zelfs afvragen of ik als kind misschien seksueel misbruikt was geweest’

 

‘Mijn vriend was ongelukkig omdat onze poging om hulp te vinden mislukt was. Dus gingen we daarna samen naar een psycholoog. Deze persoon nam ons wel ernstig. We zijn ongeveer twee jaar bij die psycholoog in therapie geweest. Het deed gewoon deugd dat wij ons verhaal eens bij iemand kwijt konden. Maar uiteindelijk heeft hij ons toch niet echt kunnen helpen. Hij is gaan zoeken naar mogelijke verdrongen trauma’s uit mijn jeugd maar heeft niets kunnen vinden. Want op de duur ging ik me zelfs afvragen of ik als kind soms seksueel misbruikt was geweest of zo. Maar dat was dus niet het geval. Ik ging eveneens naar de gynaecoloog en liet ook onderzoeken of er hormonaal niets fout was, maar men kon geen enkele lichamelijke oorzaak vinden. Ik had liever gehad dat dit wel zo was geweest: dan was er misschien ook iets aan te doen. Eigenlijk weten wij dus gewoon niet wat de oorzaak is van mijn aseksualiteit. Maar omdat mijn vriend en ik mekaar doodgraag zagen, zijn we jarenlang blijven zoeken naar oplossingen.’

 

In onze maatschappij wordt overdreven veel belang gehecht aan seks


‘Ik kampte met veel schuldgevoelens. Die worden je ook nog eens aangepraat door de media. Je kan tegenwoordig geen tijdschrift of krant openslaan zonder dat je op artikels over seks botst. En ook op televisie en in zowat élke film komt seks uitvoerig aan bod. In onze maatschappij lijkt het tegenwoordig veel meer aanvaard dat je triootjes hebt dan dat je toegeeft dat je liever zonder seks door het leven gaat. Dat is erg moeilijk voor mij want op deze manier word ik elke dag geconfronteerd met het feit dat ik ‘anders’ ben.’

‘Als mijn vriend en ik vroeger uitgingen met vrienden maakte hij op café wel eens grapjes: ‘Ik mag bijna nooit’. Meestal werd dat op veel hilariteit onthaald. Ik heb mijn vriend nooit kwalijk genomen dat hij zoiets zei omdat ik wist dat hij het niet deed om mij te kwetsen. . Het was een beetje zijn manier om het te verwerken. Maar op zeker ogenblik hebben enkele vrienden daar wel op ingepikt en zijn ze vragen beginnen stellen. Gelukkig hebben wij in onze vriendenkring weinig negatieve reacties gekend. Maar toch blijf ik altijd met het gevoel zitten dat ze mij niet echt begrijpen. Net zo min als ik hun opwindende sekservaringen niet kan begrijpen omdat het mij volkomen vreemd is. Wat je niet kent, kan je niet missen. Maar als ik soms de verhalen van andere mensen hoor, heb ik het gevoel dat ik toch wel iets mis.’

‘Ik heb heel lang met het gevoel gezeten dat ik de enige was met dit probleem. Tot mijn vriend een jaar of twee geleden in een mannenblad een artikel las over aseksualiteit. Er stond ook een link naar de website van het ‘Aseksueel Voorlichtings- en Educatie Netwerk’. Toen ik eens naar dat forum surfte, was dat in eerste instantie een grote schok. Aseksualiteit klonk voor mij als een levenslang vonnis. Maar nu ben ik blij dat er zo’n forum bestaat. Als het mij allemaal te veel wordt, kan ik dar eens stoom afblazen. Een tijdje geleden was er een reclamespotje op televisie over twee onzelieveheersbeestjes die samen seks hadden in een auto. Andere mensen vonden die reclame grappig. Maar ik was zo verbolgen: zelfs om een auto te promoten wordt seks gebruikt! Ik plaatste een verontwaardigd berichtje op het forum en kreeg veel positieve, herkenbare reacties van andere aseksuelen. Dat doet echt deugd: je eindelijk begrepen voelen…’ (stilte)

 

 ‘Ik voel mij wel echt een vrouw’

 

Het is ook verbijsterend dat er nog altijd zo’n groot taboe rust op aseksualiteit. Homo- en biseksualiteit, dat kan. Maar k zie het nog niet snel gebeuren dat in een televisiesoap als ‘Thuis’ een aseksueel opduikt. Ik ben er ook van geschrokken hoe weinig hulpverleners – dokters, psychologen, seksuologen,… - afweten over aseksualiteit. Zij zouden toch op z’n minst patiënten die kampen met zo’n probleem moeten kunnen doorverwijzen? Want ons forum telt inmiddels meer dan 500 leden. Dat is toch niet zo weinig?’

‘Alhoewel ik worstel met mijn seksualiteit, voel ik mij wel echt een vrouw. Ik geniet ervan om korte rokjes, een diep décolleté en hoge hakken te dragen. En ik geniet ook van de aandacht die ik krijg van mannen. Ik kan gerust lachen om grapjes over seks en durf te flirten. Maar als het op seks aankomt, maak ik mij uit de voeten!’ (lacht)

‘Ik denk dat het een beetje compensatiegedrag is. Door via mijn kleding mijn vrouwelijkheid te beklemtonen, blijf ik me echt vrouw voelen. En dat heb ik nodig want mijn zelfvertrouwen staat op een laag pitje. Ik hou niet meer van mijn eigen lichaam. Op een gegeven moment ben ik via de psycholoog doorverwezen naar een therapeut, die mij lichaamsoefeningen aanleerde om meer te kunnen genieten van seks. Ik doe die oefeningen wel – want ik wil echt geholpen worden – maar voor mij is dat echt een opgave. Dus ook aan zelfbevrediging beleef ik geen plezier.’

 

 ‘Ik kan niet aanvaarden dat door mijn aseksualiteit mij ook de liefde wordt ontnomen’

 

‘In tegenstelling tot veel andere lotgenoten op het forum heb ik mijn aseksualiteit nog niet aanvaard. Ik kan niet accepteren dat aseksualiteit misschien gewoon een seksuele geaardheid is, zoals homoseksualiteit. Want dan is er niets meer  aan te veranderen. En dat wil ik niet! Daarom blijf ik zoeken naar een verklaring en vooral naar een oplossing. Want ik word gek bij de gedachte dat ik door mijn aseksualiteit nooit een normale relatie zal kunnen hebben. In onze maatschappij wordt immers altijd de link gelegd tussen liefde en seks. Als je mekaar graag ziet, heb je ook goede seks. Maar ik heb helaas ervaren dat het niet altijd zo is. Mijn vriend en ik waren meer dan vijf jaar een koppel en hebben een jaar samengewoond. En wij hadden het heel goed samen, behalve seksueel… Ik ben mezelf lang blijven forceren om seks te hebben omdat ik hield van mijn vriend. Omdat ik zo graag wou beantwoorden aan de ‘normale’ norm. Maar op een gegeven moment lukte dat niet meer.’

‘Onlangs heb ik het zelf uitgemaakt omdat de druk op onze relatie te groot werd. Ik zie mijn ex-vriend nog altijd doodgraag maar ik zag geen andere uitweg voor ons probleem. We hebben immers al zoveel geprobeerd. Ik heb zelfs een regressietherapie ondergaan om te achterhalen wat mijn aseksualiteit veroorzaakt. Dat heeft niets opgeleverd. En ik heb ook al pillen geslikt om mijn libido op te krikken maar dat is eveneens mislukt. Op een gegeven moment heb ik mijn vriend zelfs voorgesteld om naar een prostitué te gaan: louter voor de seks. Maar dat zag hij absoluut niet zitten: ‘Ik hou enkel van jou!’ zei hij steeds. Ik kreeg steeds meer schuldgevoelens. Daarom heb ik uiteindelijk een punt gezet achter de relatie. Uit liefde. Omdat ik hem niet echt gelukkig kan maken en hij dat zo hard verdient. Langs de ene kant zou ik blij zijn als hij gelukkig werd met een andere vrouw. Langs de andere kant breekt mijn hart bij de gedachte alleen al. Want eigenlijk wilde ik samen met hem oud worden. Kinderen krijgen. Dat is nog zo’n hekel punt. Ik heb een kinderwens maar zou het hypocriet vinden enkel seks te hebben om zwanger te worden. Eigenlijk hypothekeert die aseksualiteit mijn toekomstdromen. Ik vind het vreselijk dat door mijn aseksualiteit mij misschien ook de liefde wordt ontzegd. Maar ik blijf hopen dat ik op een dag ook zal kunnen genieten van seks en er een nieuwe wereld voor mij opengaat.’

 

 

Aseksualiteit:liever geen seks, schat!

 

Wat is aseksualiteit?

Aseksualiteit betekent dat iemand zich nooit seksueel aangetrokken voelt tot mensen van het andere of zelfde geslacht, geen seksuele relatie nastreeft en ook niet kan genieten van seks. Een andere term die soms gebruikt wordt, is non-libidoisme (afwezigheid van libido).

Aseksuelen kunnen zich wel emotioneel dichtbij iemand voelen maar missen het verlangen om hun gevoelens via seksuele handelingen te uiten. Zij hebben het gevoel tegen zichzelf in te gaan wanneer zij toch seks hebben. Sommige aseksuelen (niet allemaal) worden nooit verliefd en staan afkerig tegenover iedere vorm van intimiteit.

 

Komt aseksualiteit vaak voor?

‘Geen zin’ in seks komt veel voor. Het is in relaties heel normaal dat de één soms wil vrijen en de ander niet. Meestal los je zo’n situatie op door wat geven en nemen. Maar als iemand nooit zin heeft in seks, kan er sprake zijn van aseksualiteit.

Omdat er nog weinig wetenschappelijk onderzoek werd verricht naar aseksualiteit bestaat er nog niet veel informatie over. Uit een onderzoek in Engeland (Bogaert, 2004) blijkt dat ongeveer 1% van de bevolking aseksueel zou zijn. Het betreft zowel mannen als vrouwen.

 

Wat zijn de symptomen van aseksualiteit?

Aseksualiteit kenmerkt zich door het ontbreken van seksuele gevoelens. Een aseksueel heeft vrijwel nooit seksuele fantasieën en voelt evenmin behoefte aan zelfbevrediging. Er kunnen af en toe wel gevoelens van opwinding zijn maar er is geen drang om hier iets mee te doen. Het zien van seksuele of erotische afbeeldingen roept geen lustgevoelens op.

 

Wat zijn de oorzaken van aseksualiteit?

Omdat aseksualiteit nog niet uitvoerig werd onderzocht, is nog niet bekend wat het veroorzaakt. Wel is geweten dat seksueel verlangen om allerlei redenen afwezig kan zijn of verdwijnen, zoals:

-         traumatische ervaringen zoals een incestverleden of verkrachting

-         hormonale stoornissen

-         een partner die meer behoefte heeft aan seks en te veel op vrijen aandringt waardoor een gevoel van dwang ontstaat. Hierdoor kan iemand het contact met de eigen seksuele verlangens kwijtraken.

-         afwezigheid van psychische intimiteit

-         pijn bij het vrijen

-         bijwerking van bepaalde medicatie

-         depressie, stress of ziekte

 

De vraag of seksualiteit moet gezien worden als een stoornis (die om een oplossing vraagt) of veeleer moet beschouwd worden als een normale seksuele geaardheid - vergelijkbaar met homoseksualiteit - blijft nog altijd voor veel discussie zorgen.

 

Waar kan men terecht voor informatie over aseksualiteit?

Een poging om in België een zelfhulpgroep voor aseksuele personen op te richten, is enkele jaren geleden jammerlijk mislukt. Er bestaat wel een internetgemeenschap AVEN (Asexual Visibility and Education Network) en een Nederlandstalig forum: Aseksueel Voorlichtings- en Educatie Netwerk: www.asexuality.org/du)

Ook partners van aseksuele personen kunnen hier terecht.

 

 

Door: Caroline Stevens/Goed Gevoel 2008

 

13:54 Gepost door Reportarcaroline in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |  Facebook |

26-11-09

Locked In Syndroom

De jongste dagen is er veel te doen in de media rond de 'mireculeuze' terugkeer van comapatiënt Rom Houben. Het verkeersslachtoffer zou 23 jaar onterecht als 'vegetatief' zijn bestempeld...

Enkele maanden geleden interviewde ik voor Goed Gevoel Roland en zijn vrouw. Roland is na een herseninfarct locked-in patiënt geworden; Hij 'praat' via een lasercomputer. Dit interview heeft mij erg aangegrepen omdat Roland zelf te kennen gaf dat zijn leven volgens hem nog zinvol was. En de zorg waarmee zijn vrouw hem reeds jarenlang omringde, getuigde van een grenzeloze liefde. Dit is hun verhaal...

 

 Het locked-in-syndroom

: ‘Opgeven heeft geen zin’

 


In de zomer van 2000 werd Roland (59) getroffen door een reeks hersenstaminfarcten. Daardoor is hij nu al zeven jaar een locked-in-patiënt: hij kan niet meer bewegen, praten of slikken. Maar zijn geestelijke en intellectuele vermogens bleven intact. En die gebruikt Roland om te vechten tegen zijn lot.  ‘Wij hebben nu een ander leven dan vroeger’, zegt zijn vrouw Jeanine (59). ‘Maar onze liefde heeft het locked-in-syndroom niet klein gekregen.’

 

 

‘Bij Roland is de ziekte in etappes gekomen. Vlak voor de zomervakantie 2000 voelde mijn man zich niet goed. Wij stonden beiden in het onderwijs en waren actief in tal van verenigingen. Ik dacht dat het oververmoeidheid was. Maar op 28 juni stond Roland op met een totaal verkrampt, verwrongen gezicht. In het lokale ziekenhuis werd de diagnose gesteld. Roland had een herseninfarct gehad en dat had een facialis (aangezichtsverlamming, red.) veroorzaakt. Wij wisten wel dat Roland een risicopatiënt was voor beroertes. Hij had overgewicht, hoge bloeddruk, te veel cholesterol. Toch hoopten we dat het bij deze ene, zware waarschuwing zou blijven. Maar amper veertien dagen later kreeg Roland een tweede facialis. We belandden in volle vakantieperiode in een lokaal ziekenhuis waar de éne dokter niet van de andere afwist. Men zei dat het mogelijk ‘trekkingen’ waren als gevolg van de eerste aangezichtsverlamming. Na enkele dagen werd mijn man genezen verklaard en terug naar huis gestuurd. En de aangezichtsverlamming trok inderdaad geleidelijk aan weg. Maar Roland bleef zich doodmoe voelen.’

‘Op 2 augustus hadden we opnieuw een afspraak bij de neurologe. Ze deed de klassieke neurologische testen. Roland voelde een duidelijk verschil tussen de linker-en de rechterkant van zijn lichaam. Zij kon dat niet verklaren en stelde voor een NMR-scan te laten uitvoeren. Er werd een afspraak gemaakt voor de maandag daarop. Maar die nacht kreeg Roland zijn volgende trombose en geraakte hij aan de rechterkant volledig verlamd. Wij brachten hem naar het UZ Gasthuisberg van Leuven. Daar ontdekte men dat Rolands aders er bijzonder slecht aan toe waren. Een bloedklonter had de hersenstam bereikt, met alle desastreuze gevolgen van dien. Ik kreeg te horen dat Rolands toestand bijzonder kritiek was en dat hij wellicht de nacht niet zou halen. Maar de volgende ochtend leefde hij nog…’

‘Vol overgave begon mijn man aan de revalidatie. En hij boekte echt vooruitgang. Zijn rechterkant begon terug normaler te functioneren. Eind september 2000 kon hij al weer een beetje stappen. Wij waren vol goede moed en dachten dat het ergste nu wel achter de rug was. Maar een reeks nieuwe beroertes besliste daar helaas anders over.’

@TTITEL: locked-in

@BODY:

‘Eind augustus kon Roland plots niet meer slikken. Eén maand later was zijn volledige linkerkant verlamd. Op 10 oktober 2000 was hij ’s morgens totaal verlamd en tegen de avond kon hij ook niet meer zelfstandig ademen. Na de laatste trombose was Roland herschapen in wat hij zelf een beetje schamper omschrijft als een dode van wie de ogen bewegen. Hij kon enkel nog met zijn ogen knipperen…’

‘Ik ging hem bezoeken op de afdeling intensieve zorgen. Die aanblik zal ik nooit meer vergeten. Roland die daar roerloos lag en zijn twee ogen die mij maar bleven aanstaren. Het was afschuwelijk! Ik vroeg aan de verpleegster waarom mijn man niet meer bewoog. Ze vertelde zonder omwegen dat hij leed aan het locked-in-syndroom (LIS). Ik had er nog nooit van gehoord en ze moest me uitleggen wat het betekende. Doordat een bloedklonter zich in de hersenstam heeft vastgezet, kan deze geen prikkels meer doorgeven. De toevoer van zuurstofrijk bloed naar het deel van de hersenen dat verantwoordelijk is voor de motoriek wordt volledig afgesloten. Met als gevolg een totale verlamming: niet meer kunnen bewegen, praten of slikken. Maar de intellectuele en geestelijke vermogens daarentegen blijven intact.’

@TTITEL De sterke man

@BODY:

‘Roland en ik zijn sinds ’68 getrouwd. Hij was altijd de sterke man die alles besliste, alles regelde en voor elk probleem een oplossing had. En opeens lag hij daar als een hulpeloos wezen. Ik stond plots overal alleen voor en voelde me bijzonder machteloos. Maar ik mocht mijn angst niet tonen want dat zou het voor hem alleen erger maken. Ik heb mezelf ook lang een rad voor ogen gedraaid: Roland is een sterke man en zal hier wel uitkomen. Maar op zeker ogenblik moet je inzien dat het niét zo is…’ (stilte)

‘Ik heb onmiddellijk mijn werk opgezegd om voor Roland te zorgen. Ik heb daar nooit twijfels over gehad. Voordat Roland ziek werd, waren wij ook al een hecht koppel. We deden alles samen. En van de éne dag op de andere stopt dat en zijn er alleen nog maar de dromen van het verleden. Dat is ontzettend moeilijk te verwerken. In het begin keek ik te veel achterom en dacht ik: ‘Hoe zou het geweest zijn indien Roland niet ziek was geworden?’ Maar dat doe ik niet meer: Roland heeft me geleerd van het hier en nu te genieten.’

 

‘Aanvankelijk voelde ik vooral paniek. Maar Roland zelf was erg kwaad en opstandig. In België was er praktisch niets te vinden over het locked-in-syndroom. Via het internet kwam ik in contact met Wim Tusveld uit Nederland, die zelf al jaren gevangen zat in zijn eigen lichaam. Dit lotgenotencontact heeft mij enorm geholpen.’

‘Heel erg vond ik het toen zelfs praten niet meer lukte. Mijn man had zo’n prachtige, warme stem. Hij werd dikwijls gevraagd voor voordrachten. Op ons antwoordapparaat staat nog altijd de boodschap die Roland destijds heeft ingesproken. Soms luister ik daar naar om nog een keertje zijn stem te kunnen horen…’ (stilte)

‘Na een periode in het UZ verhuisde Roland naar het revalidatiecentrum ‘De Bijtjes’ in Vlezenbeek. Daar begon andermaal een zware revalidatie, die uiteindelijk ruim tien maanden zou duren. Hij leerde er opnieuw een beetje zijn hoofd bewegen, zelfstandig ademen en werken met de spraakcomputer ‘Lucy’. Via een koptelefoontje wordt een laserstraal aan zijn hoofd bevestigd. Door te fixeren op letters op een speciaal klavier kan hij woorden vormen die dan door de computer worden afgelezen. Dat is voor ons een heel belangrijk communicatiemiddel geworden. In het begin kon hij amper 5 minuten met die computer werken want het vereist een grote concentratie. Maar nu kan hij er alerg goed mee overweg. Roland heeft met behulp van zijn ‘Lucy’ reeds drie boeken geschreven over zijn leven als locked-in-patiënt. Dat was een belangrijk onderdeel van zijn verwerkingsproces.’

‘Eind september 2001 besliste ik om mijn man definitief naar huis te halen. Ik heb veel opgegeven – mijn werk, verenigingsleven, etc. – om voor Roland te kunnen zorgen. Wij hebben nu een ‘ander’ leven en je leert je daaraan aanpassen. Je hebt ook weinig keuze.’

‘Gelukkig sta ik er niet alleen voor. Er is een heel team dat mij helpt om Roland te verzorgen: 2 logopedistes, 2 thuisverpleegsters, 3 kinesisten, 1 dokter, 1 assistente van het ziekenfonds, familiehulp, onze trouwe buurman, en sinds 2003 ook 2 assistentes die betaald worden met het ‘Persoonlijk Assistentie Budget’ (PAB) van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap.

‘Elke dag moet Roland worden uit bed gehaald, gewassen, gemobiliseerd. Elke dag komt de kinesist voor een aërosol en een  percussie (slijmen uit de longen halen via een speciaal toestel, red.). De logopediste komt voor zijn slik-en spraakoefeningen. En elke dag wordt Roland vastgebonden op zijn kanteltafel en een uurtje rechtgezet om zijn bloedsomloop te bevorderen en doorligwonden tegen te gaan. Hij heeft een speciale hometrainer om zijn beenspieren te trainen. Kortom, het is een heel intensieve verzorging maar voor mij is dat stilaan routine geworden. Roland kan totaal niets meer en is afhankelijk van iedereen. Wij kunnen ons niet inbeelden hoe verschrikkelijk dat moet zijn. Maar wij proberen er samen het beste van te maken.’

‘Zijn ziekte heeft natuurlijk ook financiële gevolgen. Die speciale apparatuur, medicatie en thuiszorg kosten  veel geld. Gelukkig hebben we in het begin steun gekregen van lokale serviceclubs. En ondertussen werd de vzw ‘Vriendenkring van Roland en Jeanine’ opgericht, die ons op vele vlakken steunt. Want hoe zwaar wij ook getroffen zijn door dit drama, Rolands ziekte heeft ons ook met de mooie kanten van het leven geconfronteerd. Met de kracht van warme, diepe vriendschap die mensen ons dag na dag schenken. Dat is onbetaalbaar.’

‘Alhoewel ik nu natuurlijk veel zorgtaken opneem, wil ik in de eerste plaats toch Rolands vrouw blijven en niet zijn verpleegster worden. Wij hebben als koppel, op onze manier, nog momenten van tederheid. Als hij een gedicht voor me schrijft, moet ik vaak wenen van ontroering. Maar echte intimiteit, dat kan natuurlijk niet meer.’

‘Toch beschouw ik Roland nog altijd als het hoofd van ons gezin. Ik zal geen enkele beslissing nemen zonder hem. Ook onze kinderen An en Bart komen nog steeds bij hem te rade. Roland is ondanks zijn hersenstaminfarct nog altijd een volwaardig mens. Alleen is hij totaal lam en spreekt niet meer. Maar hij is en blijft de man waar ik verliefd op werd en van wie ik zielsveel hou…’

 

Kaderstuk ROLAND

 

Roland: ‘Je kan je diep ongelukkig gaan voelen of je probeert er het beste van te maken. Ik kies altijd voor het tweede. Kiezen voor het geluk is een keuze die je zelf maakt…’

 

‘Mijn hele leven en dat van mijn gezin zouden na 28 juni 2000 nooit meer hetzelfde zijn. Die morgen bepaalde alles. Ik zou weldra het verfoeilijke bestaan van een invalide leiden. Alles is die dag blijven stil staan.’

 

‘Veel herinner ik me niet meer van die eerste dagen. Wakker worden viel echt niet mee: niets bewoog noch volgde de bevelen van mijn brein op. Ik lag daar en deed verwoede tekens naar ons Joske, daarbij vergetend dat ik zo lam was als een dode pier.’

 

‘Ik voelde nooit paniek. Veeleer woede.’

 

‘In het begin dachten de verpleegsters dat een lamme ook niet kan horen wat er rond hem gebeurt: ze praatten honderduit over de problemen met hun partners, hun maandstonden, hun cellulitis en noem maar op.’

 

‘Niets is zo vernederend als je door een ander te laten wassen.’

 

‘Het andere leven is begonnen. Ik geniet ervan weer thuis te zijn na zoveel maanden. Nooit had ik durven dromen dat dit nog mogelijk zou zijn. Ik ben gelukkig.’

 

‘Rémi, onze buurman, staat altijd klaar. Al meer dan vijf jaar lang komt hij élke dag om mij in bed te helpen. Onvoorstelbaar! Wat ik het meest apprecieer aan Rémi, is dat hij me blijft behandelen als een mens en niet als een object, dat van in bed de rolwagen wordt ingezet en omgekeerd.’

 

‘Lezen doe ik ook: elke dag de krant en één keer per week de Knack. Maar dan moet er wel altijd iemand naast mij zitten om de bladzijde om te slaan.’

 

‘Moed heb je nodig. Massa’s moed en doorzettingsvermogen. Die vind ik in de liefde waarmee ik word omringd.’

 

‘Ik ben nog altijd bang dat mijn ziekte zal verdergaan en dat het nóg erger wordt’.

 

‘Mijn lichaam zit vast maar mijn geest blijft vrij en onafhankelijk. Hij is het enige wat mij rest.’

 

‘Wij, locked-ins, zijn geen planten. We horen en zien alles zoals andere mensen.’

 

‘Mijn grootste verdriet is dat ik niet met mijn kleindochter Elise(6)  kan spelen.’

 

‘Mijn huidige status van totaal afhankelijke locked-in zal ik nooit aanvaarden. Natuurlijk stel ik me veel vragen over mijn toekomst. Heeft mijn leven eigenlijk nog wel zin? Maar ik moet leven voor Joske en, wie weet, vindt men ooit nog iets om me te genezen.’

 

‘De immense opoffering van mijn vrouw gebiedt mij om erin te blijven geloven: wat zij doet, moét zin hebben en alleen een waardige, moedige houding van mij is het gepaste antwoord…’

 

‘Ik kan nog van veel zaken genieten: van een goede film, de tuin, vrienden die op bezoek komen. En ik kan via de spraakcomputer ook terug privé-les Engels geven!’

 

‘Opgeven heeft geen zin!’

 

‘De vele mooie herinneringen aan al die mooie jaren met Joske, onze kinderen An en Bart, onze talloze reizen,… helpen mij nu om dit bestaan aan te kunnen. Maar mijn leven zal voorbij zijn als Joske niet meer in staat is voor mij te zorgen.’

 

 

Kaderstuk 2

@TTITEL : Locked-in-syndroom: communiceren zonder woorden

@BODY:

Locked-in-syndroom (letterlijk: opgesloten zitten) is een zeldzame neurologische aandoening die gekenmerkt wordt door een volledige verlamming van de romp en ledematen en verlies van spraak-en slikfunctie. Door een beschadiging in de hersenstam, een deel vooraan in de hersenen langs waar alle signalen voor de motoriek passeren, vallen alle motorieke mogelijkheden weg. Maar de intellectuele en geestelijke vermogens van de patiënt blijven intact. De meeste LIS-patiënten kunnen enkel nog met hun ogen knipperen en zitten dus letterlijk ‘gevangen’ in hun eigen lichaam.

Locked-in ontstaat meestal door een herseninfarct of beroerte, maar soms ook door een ongeval of een andere ziekte. De beroerte kan erg plots optreden of voorafgegaan worden door ernstige migraine of andere neurologische stoornissen. De oorzaken van locked-in zijn meestal dezelfde als deze van hart-en vaatziekten: overgewicht, diabetes, hoge bloeddruk, te hoge cholesterol,etc.

Locked-in is een ongeneeslijke ziekte. In sommige gevallen kan de patiënt wel – gedeeltelijk – herstellen dankzij een intensieve revalidatie met kinesitherapie, ergotherapie, logopedie, etc. Patiënten kunnen soms terug leren hun hoofdbewegingen te controleren,  praten of slikken.

Ergotherapie speelt een cruciale rol bij locked-in omdat het de patiënt helpt, met behulp van technische hulpmiddelen, zich aan te passen aan zijn zware handicap. Ook moet bij de revalidatie veel aandacht besteed worden aan communicatie. Omdat de patiënt niet meer kan praten of bewegen, kan hij aan zijn omgeving moeilijk duidelijk maken hoe hij zich voelt. Dit kan leiden tot sociaal isolement en zelfs depressie. Daarom is het belangrijk met alle mogelijke middelen een vorm van communicatie te ontwikkelen. Gelukkig bestaan vandaag ook veel technische hulpmiddelen om dit mogelijk te maken.

 

Meer info:

* Roland Boulengier schreef reeds 3 boeken (12 euro per stuk) over zijn leven als locked-in-patiënt: De eenzame stilte (2001, enkel nog in Franstalige versie verkrijgbaar), Dat andere leven (2005) en heel recent nog ‘PAB-geassisteerd leren leven (april 2007).

 

De website van Roland: www.eenzamestilte.be

 

* Patiëntenvereniging ALIS (Frankrijk): www.club-internet.fr/alis

 

* Fonds voor LIS-patiënten en hun familie: www.uzleuven.be/wittebolsfonds

 

 

 

 

Bron: Goed Gevoel, 2009

12:27 Gepost door Reportarcaroline in Actualiteit | Permalink | Commentaren (2) | Email dit |  Facebook |

17-11-09

Aloë Vera: de wonderplant?

Aan de Aloë Vera-plant worden al eeuwenlang geneeskrachtige krachten toegeschreven. Het aantal verzorgingsproducten en voedingssupplementen op basis van Aloë Vera is dan ook nauwelijks bij te houden. Maar hoe (on)gezond zijn deze plantenextracten?

 

 

Er bestaan honderden soorten aloëplanten. De meest bekende is ongetwijfeld de Aloë barbadensis, in de volksmond Aloë Vera (echte aloë) genoemd. Deze plant is oorspronkelijk afkomstig uit Zuid-Afrika en wordt als de meest krachtige soort beschouwd. Het is een vetplant met dikke, puntige bladeren. Reeds eeuwenlang speelt de plant een belangrijke rol in de natuurgeneeskunde. Naar de geneeskundige krachten van deze plant wordt al meer dan 50 jaar onderzoek verricht. Wetenschappers hebben uiteenlopende meningen over welke stoffen in Aloë Vera nu precies de werkzame bestanddelen zijn die een geneeskrachtig effect hebben.

Maar het is een feit dat Aloë Vera de jongste jaren aan een echte opmars bezig is en vaak als een echte ‘wonderplant’ wordt omschreven.

Maurice Gedefridi is als voorzitter van de ‘Vlaamse Herboristenvereniging’ al meer dan 20 jaar dagelijks bezig met de gezondheidswaarde van planten. Hij nuanceert een beetje alle krachten die aan de Aloë Vera worden toegeschreven. ‘Aloë Vera is zeker een plant met goede geneeskrachtige eigenschappen. Spijtig genoeg wordt het product de jongste jaren te veel gecommercialiseerd en uitgebuit. Niet alle beweringen die over Aloë Vera de ronde doen, zijn juist’, zegt hij.

‘Om te beginnen moet een onderscheid gemaakt worden tussen de verschillende delen van de plant. De plant heeft vlezige bladeren die soms tot 5 centimeter dik kunnen zijn. Wanneer je die bladeren opensnijdt, komt net onder de schil een bitter, geel sap vrij. Dat noemen we de aloëhars of aloïne. Dit middel wordt – ook in de traditionele geneeskunde – reeds van oudsher gebruikt als laxeermiddel. De rest van de bladeren bevat een dikke, slijmachtige substantie wat meestal aloëgel genoemd wordt. Het is vooral deze gel die momenteel bijna een modetrend wordt, omdat bewezen is dat deze stof bijzonder heilzaam is voor de huid.’’

Van laxeermiddel tot huidverzorging

Het sap van de plant kan zowel uitwendig als inwendig gebruikt worden. Wij zetten even op een rijtje wat Aloë Vera doet voor je gezondheid.

 

Uitwendig gebruik

 

  • Huidirritaties

De gel van Aloë Vera is goed voor de verzorging van zowel een normale huid als voor de behandeling van droge, gekloven of gevoelige huid en acné. De gel bevordert de vernieuwing van huidcellen, de afvoer van dode huidcellen en voedt de huid.

‘De gel zal acné niet genezen omdat hier ook hormonale factoren meespelen’, zegt Maurice Godefridi. ‘Maar de gel werkt wel ontsmettend en heeft een positieve invloed op kleine huidwondjes en/of ontstekingen.’

 

  • Brandwonden en lichte zonnebrand

De verse aloëgel kan rechtstreeks gebruikt worden op milde tot middelmatige brandwonden, ongeacht de oorzaak van de verbranding (zon, heet water, elektriciteit,…) De gel verfrist en verzacht de pijn.

‘Het positieve effect van de gel verschilt wel van persoon tot persoon en hangt af van de graad van verbranding’, aldus Maurice Godefridi.

 

  • Psoriasis vulgaris (gewone psoriasis)

Uit één studie blijkt dat ,5% extract van Aloë Vera in een huidcrème een positief effect heeft op de behandeling van psoriasis. ‘De aloëgel zal de psoriasis niet genezen maar kan die aandoening wel verbeteren. Maar om Aloë Vera nu als standaardbehandeling voor psoriasis aan te bevelen, moet nog meer onderzoek verricht worden’, zegt Maurice Godefridi.

 

  • Wonden

Het sap van de Aloë Vera wordt al sinds de oudheid gebruikt voor de verzorging van wonden. Het draagt bij tot een snellere wondheling en voorkomt littekenvorming.

 

  • Roos en haaruitval

Aloë Vera wordt gebruikt voor de verzorging van de hoofdhuid en bij de behandeling van roos of abnormale haaruitval. Bij een studie waarbij Aloë Vera-lotion (30%) twee maal daags en gedurende 4 à 6 weken gebruikt werd, verminderde de roos. Je vindt in de handel heel wat shampoos en haarconditioners op basis van Aloë Vera. ‘Ik vind dat er momenteel nog te weinig onderzoek is verricht op dit vlak. Het kan wellicht geen kwaad maar je moet er ook geen wonderen van verwachten’, nuanceert Maurice Godefridi.

 

Inwendig gebruik

 

·        Constipatie :

De aloïne van Aloë Vera wordt al generaties lang gebruikt als krachtig, oraal laxeermiddel. Wetenschappelijke studies erkennen dat Aloë Vera een laxerend effect heeft. Dit varieert wel van persoon tot persoon. ‘Ook de aloëgel heeft een laxerende werking maar is minder krachtig dan aloïne’, zegt Maurice Godefridi. ‘Soms is dat evenwel een voordeel omdat de krachtige aloïne de darmen teveel kan prikkelen.’

 

@TEKST: CAROLINE STEVENS/Goed Gevoel, november 2009

 

 

 AloëVera: niet altijd onschuldig

 

Artsen waarschuwen evenwel voor de gevaren van zelfmedicatie met Aloë Vera. De krachtige plant kan in bepaalde gevallen immers ook een negatief effect hebben op de gezondheid. Zo behoort Aloë Vera tot dezelfde familie als knoflook en uien. Dit kan leiden tot allergische reacties.

Vooral bij inwendig gebruik van Aloë Vera moet men opletten voor ongewenste nevenwerkingen. ‘Aloïne wordt al lang als laxeermiddel gebruikt’, zegt Maurice Godefridi. ‘Maar het bevat een krachtige stof (antrachinonen) die bij verkeerd gebruik de normale darmwerking kan verstoren en krampen of diarree veroorzaken. De slijmachtige substantie of aloëgel is veel milder en veiliger als laxeermiddel.’

‘Maar men begint nu ook aloëgel te verwerken in sappen, voor inwendig gebruik. Eigenlijk ben ik daar niet zo’n voorstander van om dagelijks die Aloe Vera-sappen te drinken. Want de effecten bij inwendig gebruik op langere termijn zijn nog niet voldoende bekend. Veel mensen denken dat kruiden geen kwaad kunnen. Maar kruiden zijn vaak bijzonder krachtig en kunnen dus ook schade aanrichten in het lichaam. Het is dus nodig je goed te informeren.’

 

 

 

Een plant boordevol geneeskracht

 

Aloë Vera bevat zeer veel verschillende ingrediënten. De belangrijkste groepen zijn:

 

  • Suikers

In Aloë Vera zit ook 20%  acemannan - dit is een groep ven polysacchariden (koolhydraten of suikers) die een antiviraal effect heeft en het afweersysteem versterkt.

 

  • Mineralen

Aloë Vera is bijzonder rijk aan mineralen: fosfor, magnesium, calcium, ijzer, zink, koper, chroom, natrium, kalium…

 

  • Vitamines

Aloë Vera bevat een grote hoeveelheid vitamines, vooral A, E en de anti-oxidanten C, evenals vitamines van de B-groep die een weldaad zijn voor huid en haar.

 

  • Aminozuren

Aminozuren zijn de bouwstenen van proteïne (eiwitten). Het menselijk lichaam heeft 22 aminozuren nodig. Aloë Vera levert 20 aminozuren en voorziet bovendien in 7 van de 8 aminozuren die niet door het lichaam zelf geproduceerd worden en dus enkel via de voeding kunnen worden opgenomen.

 

  • Enzymen

Aloë Vera bevat twee soorten enzymen. Enzymen zijn stoffen die normaal door het lichaam zelf worden aangemaakt en helpen bij het afbreken en verteren van voedsel.

 

Hoe weet je wat een goed Aloë Vera-product is?

@BODY:

De laatste decennia wordt Aloë Vera verwerkt in erg veel voedingssupplementen en/of cosmeticaproducten. Het probleem is echter dat veel van deze producten te veel verdund werden of dat de plant tijdens het productieproces verkeerd behandeld werd, waardoor veel van de kracht verloren gaat. Om de wildgroei aan Aloë Vera-producten enigszins tegen te gaan, heeft de ‘International Aloe Science Council’ (www.iasc.org) een soort kwaliteitslabel ontwikkeld. Deze non-profit organisatie verricht al meer dan twintig jaar lang onderzoek naar de helende eigenschappen van Aloë Vra en controleert plantages en fabrikanten van Aloë Vera-producten. Producten met zo’n IASC-certificaat zouden betrouwbare producten zijn. Dit garandeert evenwel niet dat je dan ook een 100% natuurlijk product koopt. Volgens het IASC-certificaat wordt er al van ‘puur sap’ gesproken wanneer r slechts 20% Aloë Vera in zit. Lees dus altijd eerst aandachtig de verpakking!

 

 

12:26 Gepost door Reportarcaroline in Algemeen | Permalink | Commentaren (2) | Email dit | Tags: gezondheid |  Facebook |

Shakti Acupressuurmat

 

Shakti Acupressuurmat

 

WAT IS HET?

De Shakti-mat of acupressuurmat is een mat met daarop 6210 plastieken punten die, wanneer je er gaat op liggen, drukken op de zogenaamde ‘acupressuurpunten’ in je lichaam. De mat zou ontspannend werken en een gunstige invloed hebben op pijn en diverse fysieke en/of mentale klachten.

 

HOE GEBRUIK JE HET?

Leg de Shakti-mat op jouw bed of op een ander zacht oppervlak. De sessie dient op de naakte huid te gebeuren. Ga meermaals per dag 10-40 minuten op de mat liggen. De druk op de acupressuurpunten stimuleert de bloed- en lymfecirculatie en de opname van zuurstof, waardoor het een stimulerend en helend effect heeft.

 

HOEVEEL KOST HET?

De Shakti-acupressuurmat kost €69.

 

 

Wat vond de deskundige?

 

‘Dit is geen slecht product. Door het contact met de punten krijg je een stimulatie van de huid en de zenuwuiteinden. Dit gebeurt zeer lokaal (op de plaats waar ze de huid raken) maar ook ter hoogte van het ruggenmerg en de hersenen. Hierdoor komen endorfines en andere hormonen zoals dopamine en oxytocine vrij. Dit zal de patiënt een gevoel van ontspanning geven. Deze mat zorgt met 100% zekerheid voor een betere doorbloeding en dat is positief. Maar je moet er toch een beetje mee oppassen. Op het moment dat de pijn van het contact met de punten vermindert, begin je het positieve effect van de (huid)stimulatie te ervaren. Maar wanneer de pijn na 2 à 3 minuten niet weg is, moet je ermee ophouden. Want anders riskeer je een overreactie en kan je zelfs spanning of pijn creëren. Vooral mensen die lijden aan lage bloeddruk of die chronische klachten hebben, raad ik aan om het gebruik van deze acupressuurmat zeer langzaam op te bouwen. Als de pijn zelfs na enkele sessies niet afneemt, mag je de mat niet blijven gebruiken.’

 

 ‘Doordat zoveel punten tegelijk worden gestimuleerd, zal deze mat geen specifiek probleem oplossen’

 

‘De Shakti-mat zorgt voor een algemene huidstimulatie maar het formaat is eigenlijk wat te klein om er met je héle lichaam op te gaan liggen. Daardoor wordt slechts een kleine zone intens gestimuleerd. Ik ben ervan overtuigd dat deze mat een goed product is om mensen te helpen ontspannen. Een betere doorbloeding vermindert ook ontstekingen en kan dus een gunstige invloed hebben op pijn. Maar de Shakti-acupressuurmat zal geen ziektes of één specifiek probleem genezen. Doordat er zoveel acupunctuurpunten tegelijkertijd worden gestimuleerd, krijg je veeleer een standaardbehandeling. Een acupuncturist daarentegen zal heel gericht bepaalde ‘pijnpunten’ behandelen en blokkades opheffen. Maar ik geloof wel in de positieve effecten van deze mat als onderhoudsbehandeling. Wanneer mensen een betere doorbloeding hebben en zich minder gespannen voelen, zal dat op zich al verlichting brengen. En voor veel patiënten is dat al heel wat.’

 

Wat vond ons proefkonijn?

 

‘Als rugpatiënt heb ik de voorbije 22 jaar al zowat alles geprobeerd. Drie rugoperaties brachten min of meer soelaas maar mijn rug blijft toch een zwakke schakel. Ik was dan ook erg benieuwd om de Shakti-acupressuurmat uit te proberen. Maar de eerste kennismaking was toch even schrikken: geen zachte nopjes maar wel 6.210 harde, plastieken pinnetjes op een dunne mousse ondergrond. Zoals aanbevolen, begin ik mijn eerste sessie met een rug- en nekbehandeling. Ik leg de mat op mijn bed en ga er dan voorzichtig op liggen. Gelukkig ben ik gewaarschuwd. In de gebruiksaanwijzing staat dat het eerste contact met de punten ‘wat pijnlijk’ kan zijn. Dat is nog zacht uitgedrukt: het voelt alsof duizenden naalden me tegelijkertijd prikken. Maar ik blijf dapper liggen en na enkele minuten ebt die pijn inderdaad weg. Nadien heb ik het gevoel alsof alle bloed tegelijkertijd naar mijn hoofd gestuwd wordt. Ik krijg het ook ontzettend warm. Wanneer ik na 20 minuten de mat wegneem, staat mijn huid vol rode puntjes en gloeit. Dat gevoel blijft nog een tijdje nazinderen.’

 

‘Na een sessie voelde ik me lekker warm en ontspannen’

 

‘De rest van de week combineer ik de rugligging elke dag met een andere positie. Wanneer ik voor het eerst op blote voeten op de mat ga staan, spring ik zowat tegen het plafond. Maar na enkele dagen ‘oefenen’ kan ik het toch al 10 minuten uithouden. In mijn blootje op de mat gaan zitten, blijft echter zelfs na een paar sessies nog té pijnlijk. Met een dun, katoenen doekje erover is het wel te doen. Mijn favoriete houding blijft evenwel de rugligging. Ik gebruikte de mat ook ’s avonds voor het slapengaan. Na enkele minuten voelde ik telkens mijn bloed als het ware door mijn lichaam stromen. Ik kon de neiging om diep te zuchten niet onderdrukken. Na 20-30 minuten voelde ik me meestal wel lekker warm en meer relaxed. Verder veranderde weinig. De Shakti-mat stimuleert dus zonder twijfel je bloedsomloop en helpt te ontspannen. Maar je mag er geen wonderen van verwachten.’

 

 

*  Frank Van Assche is apuncturist, erkend door de Belgian Acupunctors Federation, en leidt het Centrum voor Acupunctuur in Wetteren

 

Bron: Goed Gevoel, november 2009

 

 

12:21 Gepost door Reportarcaroline in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Email dit | Tags: gezondheid |  Facebook |